Dagboek FEBRUARI 2007           ▲index 2007▲

 

1 februari 2007    De Pijp Uit?  



Een historische avond gister.
Een fotoclub die contacten maakt combineer je samen met een vergadering die wil paraderen door de buurt.
Rare mix, boeiende mix.
Toogverhalen zijn maar toogverhalen: plakkerig, klef en ongenuanceerd.
Maar.
Naarmate de Vedettes passeren, passeert ook het goed fatsoen.
Dat moet.
Dat doe je nu eenmaal, hangend aan een toog.
Duellen worden gestreden.
De sterkste wint.
Soms.
M., de Romanticus -met het rode licht van de doka nog reflecterend in zijn ogen- gooide de handschoen naar M., de Banjospelende.
Fotoclub tegen fanfare ...
Een vriendschappelijke thuismatch.
‘Vuil mandoline’, de ene; ‘floeie foto’, pareerde de andere.
‘Vals Instrument’ de ene; ‘slechten ontwikkelaar’ de andere.
‘Gesprongen Snaar’, de ene weer, luider nu. Ha, ‘slecht omkadering’, de andere weer.
Vuil Lens! Scheve Noot!

Stilte.
Gespannen stilte.
D. keek naar P. keek naar A. keek naar W. die naar ’t plafond zat te staren.
Geschuifel met de voeten.
De schrijfclub hield zijn mond, zij wisten wel beter.
Zij weten het altijd beter.
Punt was: we zaten allemaal behoorlijk in zak en as.
De Pijp staat te huur, sinds gister.
Ons-Café-De-Pijp staat over te nemen, sinds gister.
De Brugse Poort verloor een authentiek bruin café, gister.
Misschien, hoogstwaarschijnlijk, eigenlijk 100% zeker.

Wij willen dat boelke wel overnemen, wij, maar, hoe doe je dat?
Hoe trek je mensen naar je café?
Niet met een buitenwipper die je bij je kolleke trekt omdat je schoenen niet de juiste zool hebben. 2 man binnen, en de rest die aan de deur staat te kijken?
Nee, zo werkt het niet, dachten wij.
Wij? Vraag je ons?
Wij, wij zouden vaste themadagen nemen, zoals vroeger.
Das de enige manier om volk over de vloer te krijgen, en te houden.
Op zondag, café dansant
Op woensdag, kaartavond
Den donderdag: baksteenschieting, om een kiekske -of een haantje; ook goed-
De vrijdag komt ’t schoon volk werkmanspinten drinken, uit het fleske
Zaterdag moet iets cultureels worden, om subsidies te kunnen krijgen
Maandag sluiten en op dinsdag ook nog iets dat ik –mea culpa- vergeten ben
Maar ’t was wel een goed idee.
En er moet niet buiten gerookt worden maar, gewoon, binnen.
En dan kunnen wij ook eens aan een àndere toog gaan hangen dan die van DVG.
Geen blauwe knieën meer.
*zucht*

’t is triest, intriest.
Maar café de Pijp sluit onherroepelijk zijn deuren.
Geen plek meer om te paraderen, geen vergaderingen meer tussen pot en pint.
Sinds gister valt er niet meer door de vrouwentongen te gluren wie er aan den toog hangt. Daar, in de Pijp.
De bus zal blijven stoppen daar, aan de Pijp;
maar de gordijnen, die gaan dicht blijven.

2007 begint zijn februarimaand in mineur.
Laat dit een noodkreet zijn om een Overnemer te vinden.
Ne goeien, want wij, wij kunnen dat niet, zoveel is zeker.
Vedettes achterover slaan ja; meer dan énen, als het echt moet.
Maar ze moeten dan wél door iemand uit de frigo worden gehaald.

I rest my case
Maar ge moet u vooral niet inhouden lieve Overnemer.
Dat doen wij ook niet.

Els Eeckhout (Schuunschgreifster)





5 februari 2007    Vertelfestival, Openingsavond


Ik kreeg deze week een boek in de handen gedrukt, ‘hier zie, bedlectuur’ zei de eigenaar, ‘om uw wereldbeeld een beetje op te krikken.’
Bedlectuur? Een boek in A4 formaat, 5cm dik?
Das een dooddoener.
Als ik dat mee mijn bed in sleur kiel ik achterover om nooit meer overeind te komen.
’t Zou een schoon einde kunnen zijn, dat heb ik niet gezegd.
Maar toch ...

Maar toch.
In de inleiding lees ik volgende: “Het is wetenschappelijk uitgemaakt, dat de mensch op deze aardsche hel te weinig lacht’
Geschreven begin jaren 30.
Voilà, ze wisten het toen al, de wetenschappers: de mens lacht te weinig.
Bovendien: ’t is zelfs bewezen, wetenschappelijk.

Wetenschap of niet; uiteindelijk moet je daar allemaal niet te veel van geloven.
De mensch lacht te weinig?
Nou en? Zegt wie?
Er is maar 1 manier om dat uit te testen en dat is uzelf als mensch planten midden tussen al die andere menschen, dat is uw eigen kont placeren tussen al die andere konten en kijken wat er op u afkomt.
Ge zult dàn wel zien of de mensch inderdaad dat hoopje chagrijn is waar ze het in de jaren 30 al over hadden;

Deze maandagavond leek mij ideaal voor de al dan niet naakte waarheid.
De aardsche hel lag deze keer in de Brugse Poort en ik –en de rest van de menschheid- ging me verhalen laten vertellen door Wouter, Chokri, Inneke en Mich.
En ik ging tellen in een poging de wetenschap lik op stuk te geven.

Chokri.
Verhaal over Nino, pittakoning-met-het-vette-haar-en-het-buikje en Bettina-met-de-kale-kut. Een onmogelijke romance quoi, met een erotisch ondertoontje.
1-0 voor de menschheid want er is gelachen
Zuinige, voorzichtige, gegeneerde lachjes eerst.
Later, blozende, pikante, trillende lachjes naarmate het verhaal en de zaal heter werden

Mich
Waargebeurde verhalen, over de blinde schaker die hij keineig tegen de kasseien heeft geslagen en over zijn ont-zet-ten-de stinkvoeten en de ontmoeting met zijn nu lief en toen nog niet lief.
2-0 voor de menschheid want er is gelachen
Sympathieke ho ho ho en ’t is nie waar’ lachjes;
En leedvermaak en ‘ik ben content dat kik dat nie was’ lachjes;
en ‘hij smeerlappen, hij plantrekker’ lachjes.

Wouter
Monologen over hoe het vroeger WAS en nu IS. Ellenlange woordpaleizen, mijlen hoge zinnen en de verbazing in de ogen van de menschheid: ‘Wouter? Wouter! Vergeet niet te ademen tussendoor jongen, vergeet niet te ademen.’
3-0 voor de menschheid want er is gelachen.
4-0 na de rust, want de wetenschap heeft hier ne penalty laten liggen.
Gierende lachsalvo’s, billenkletsers, ‘waar haalt hij het’ lachjes;
Tranen in de ogen en een blik naar je buur die zegt ‘maar dien gast?! dien is écht goe bezig’;
‘goh, die moet ik onthouden voor op het werk’ lachjes.

Inneke
A l’improvis, met participatie van de menschheid, vrijwillige participatie, maar dat konden ze zelf eerst niet goed geloven.
5-0 voor de menschheid want er is gelachen
zeer groen in het begin, ‘mijn god, niet kijken want ze gaat er mij uitpikken’ lachjes; Venijnige ‘goe, ze lapt het mijne gebuur’ lachjes;
‘fuck, ’t is nie waar de micro voor mijn neus’ lachjes;
en later de ‘ha, laat maar komen ik ga u ne keer een moeilijk woord geven’ lachjes.

Twee helften
Een pauze
Vier spelers
Vijf keer gescoord
En de menschheid die content naar huis is gegaan.
Triomf, de wetenschap faalt eens te meer.
Het is lang zo slecht niet gesteld met deze aardsche hel.
De waarheid is altijd minder naakt als je er om kan lachen.

Els Eeckhout, Schuunschgreifster

 

 

13  februari 2007 maandagnacht   EINDE Vertelfestival

Stravinsky, een jengelende viool, spinnen, een soldaat, Mong en zijn soldaat, stokslagen, Hartenheer, rood licht, zeven samoerai, de duivel, God ...
Kromgetrokken lig je in je bed te krampen.
Je schrikt wakker, rechtop zittend, niet wetend waar je bent maar beseffend dat je misschien nog net op tijd de badkamer haalt.
In je haast om daar te komen struikel je over de stofzuiger, schop je de kat in een hoek en knal je je dikke teen onder de badkamerdeur die anders altijd open staat.
Kolkend van koorts en frustratie belandt je uiteindelijk op de WC pot.
Je staart voor je uit, minutenlang, urenlang.
Dit is niet goed, dit is echt niet goed.
Een weeë geur omsluit je.
Fuck.
Gister was veelbelovend, vandaag ben je een schim van jezelf.
Kotsmisselijk, rillend van de kou besef je dat je al een half uur houvast zoekt aan de spoelbak van die klote WC.
Kramp na kramp rolt door je lijf.
Je zoekt je weg terug naar je bed, een verontwaardigde kat van je hoofdkussen plukkend, rotkat.
Je valt achterover en laat jezelf voor dood achter tussen de lakens.
Een strooptocht begint door je hoofd, koortsachtig jaag je je virtuele afspraken achterna.
Werken uitgesloten om de eenvoudige reden dat afstand huis-werk te groot is om te overbruggen zonder de obligatoire tussenstop, gegarandeerd.
Al die beloofde foto’s gaan moeten wachten, de pot op met die foto’s.
Je krijgt het nog warmer, woelend in de hitte van je bed.
Het is maar een buikgriepje hou je jezelf dapper voor, zweetdruppels op je voorhoofd, bij elke stuiptrekking een stukje van jezelf verliezend.
Gewoon een buikgriepje, denk je, hoop je, probeer je.
Verslag van het vertelfestival? Nope, alles weg, doorgespoeld door de riool naar zee.
W. en zijn kompaan mag ik niet vergeten bellen, shit. Ze zijn grappig die 2 ‘Als je wil, foto’s, misschien, als het kan, we kunnen dat wel gebruiken, hier, ons kaartje’
En T., mooie T. die ik niet ken maar die wel lief is en straf kan vertellen.’ Foto’s hè, je stuurt ze toch door? Ze zijn digitaal? Goe, hier, mijn kaartje.’ ‘Ja maar neen, neen, dat weet ik niet, of ze goe zijn, ik heb ze nog niet bekeken, maar ja ok tof, doe ik, de Balkan was wel speciaal, dus ja, ik zal proberen.’
En C. of was het K., je kan haar naam niet onthouden. ‘Zeg, de foto’s van het vertelfestival, voor het archief van de buurtwerking? En de receptie van onlangs hier op de bevrijdingslaan? Kan dat? Tof, echt.’
De schrijnwerker, je bent de schrijnwerker helemaal vergeten. Damn.
‘Zijn dat digitale foto’s? Goh, zou je er een paar kunnen doorsturen, das wel super voor onze website, merci.’
Kreun,.
Je voelt je echt niet goed.
Het zal niet voor vandaag zijn, zelfs niet voor morgen.
Je lijf schreeuwt om een time-out, eist zijn eerder beloofde winterslaap.
Een hoestbij trekt van je longen naar tenen en je drijft de ijsvlakte op.
Out, for the time being.

Els Eeckhout, Schuunschgreifster

 

26 februari 2007  - Deprez, doe ne keer normaal!

 

Humor, ‘t is een wazig monster. Velen denken het te kunnen temmen, maar weinigen komen zonder kleerscheuren uit die fel onderschatte strijd. De modale tv-kijker kan dit zeker beamen wanneer de zapbox op vrijdagavond inzoomt op Comedy Casino Cup. Canvas toont in deze reeks een nieuwe lichting wanna-be humoristen die naarstig timmeren aan hun carrière. Om dit in goede banen te leiden, krijgen ze de hulp van enkele ervaringsdeskundigen, waaronder de ons niet onbekende Wouter Deprez. Correctie: waaronder bijna ook Wouter Deprez, want toen hij de podiumprestatie van de hem toegekende poulain onder ogen kreeg, bedankte hij voor de bedenkelijke eer. Zes weken loopt dit programma, reken dus uit zijn verlies. Zes weken met je kop op de buis, zes weken gratis promo, zes weken royaal betaald worden om wat gratuit te adviseren. What was he thinking? Het antwoord op die vraag kregen we onlangs even gratuit in de schoot geworpen: de man is hard aan het werken aan nieuw materiaal. En omdat dit ook wel eens getest dient, bracht hij op maandagavond 26 februari een greep uit zijn eigenste ideeënbus mee naar het huis van vertrouwen op de Brugse Poort.

 

Het was een ruwe presentatie. Zonder veel omkadering, bruutweg een man, zijn tekst, en ter ondersteuning twee pupiters om de spiekbriefjes een plaats te geven. Niet dat hij die echt nodig had: de tekst zat er goed in en dit zorgde voor de nodige vaart. De tribune kreunde dan ook al gauw onder de lachkrampen van de bezoekers. Vooral het brutale oudje dat Deprez neerzette zorgde voor het nodige animo. Zo’n cliché grijs bedweterke dat een eind kan wegzijken over ‘den goeien ouwen’. Maar zo d’erover dat het pure kolder wordt. Hij schetst een tijd van zelfbevruchtende vrouwen die een melkweg aan tepels torsen, waaraan busladingen vol kinderen zich dagenlang laven, terwijl de mannen zich een weg poepen van de wieg naar het ‘oud-pekeshuis’. Daartegenover staat ‘den modernen tijd’ met zijn anorexiawijven met saharakutten die nooit goesting hebben om een keer goed te pezen, en die venten van niets laten zich doen als lamme goedzakken. Allemaal Hollywood, zever in pakskes! En dit alles speelt zich af in een mythisch West-Vlaanderen, in het gehucht Dadizele, bij de doorsnee Vlaming bekend om wijlen zijn pretpark(die loopbrug!). Midden in dat dorp zet Deprez de prototypische Vlaming op een wachttoren, waar die niets anders doet dan de anderen tot de orde roepen. Wie d’eruit springt moet er af: “Deprez, ga were noa binnen. Doe nen keer normaal!”

 

Achteraf kan je alleen maar hopen dat Wouter Deprez nooit gevolg zal geven aan deze dwaze sirenenzang. Het materiaal dat hij meebracht getuigde weerom van een klasse die bewijst dat hij terecht in de eredivisie van het Vlaamse cabaret speelt. Want dwars door de humor blonk weer die verraderlijke spiegel die onze typische volkseigen eigenaardigheidjes blootlegt. En dit is net de Midastoets die hem onderscheidt van de mindere goden in Comedy Casino Cup. Deprez roert en ontroert, met de humor als maizena die het geheel doet indikken. Hij serveert ons spruitjes, maar de saus is oh-la-la. En zo laafden we ons aan zijn heerlijke maaltijd.

Wouter Deprez bewijst hier dus weerom zijn vakmanschap. Liever dan te kiezen voor de vluchtige eer van een zoveelste televisieprogramma schaaft hij in alle stilte verder aan zijn nieuwe show. En of dit nog niet volstaat, schenkt hij de opbrengst van deze avond weg aan VZW Dreamcatcher. Integriteit en engagement, in een bescheiden verpakking. Deprez: ge zijt nen helen groten meneer.

Davy (schuunschgreiver)