Dagboek JANUARI 2007           ▲index 2007▲

 

5  januari 2007

Een nieuw jaar, ongelooflijk, alweer een nieuw jaar.
Ik heb 2007 hoestend ingezet; wat er nog overgebleven was aan longmassa na de uitputtingslag ten tijde van de Cel Isolatie is er spetterend uitgevlogen.
Dat doet het nog steeds trouwens.
Maar dat zijn vast details die u liever niet wenst te horen?
Fair enough.

Vrijdag zijn we het dak opgekropen.
Er moest een terras afgewerkt; er moest gemeten, gevezen, gezaagd, geklopt, geboord, gesmeten.
Een stevige wind, een behoorlijk stijle helling, een regenvlaag.
Ideale omstandigheden voor wie van een beetje avontuur houdt.
Beperkte bezetting deze keer –alhoewel, de Cel doet het toch altijd weer hè, bijna voltallig aanwezig, alweer. 3werf hoera- en mensen die zeggen dat ze alleen maar eens komen kijken zijn snel geneigd om te blijven, zò goed zijn wij, de Cel, bezig.

Discussies op een helling van 45° worden snel bitsig. Beslissingen nemen met je voeten uit de haak wordt op een bepaald moment moeilijk.
‘Leggen we de latjes op 4 cm van elkaar?’ , probeerde G., de Bezieler.
‘4 cm?? Weet jij wel hoeveel 4 cm is? Dat is mega-ver uit elkaar.’, piepte ik tussen 2 hoestbuien, 4 cm tonend tussen duim en wijsvinger.
‘Mega-ver? Maar neen, dat zie je zelfs niet als je beneden staat. We nemen 7 cm!’, besliste L., de Energieke in een vlaag van zinsverbijstering.
‘7 cm? 7 cm??? Zeven centimeter?’
Mental, die architect is mental. En de afstand van de dakrand klein ...
‘Proefopstelling. Time out en proefopstelling; en we gaan beneden kijken; we nemen 4 en 5 en 7 cm en we vergelijken’, diplomaat, altijd. G., de Bezieler kent zijn pappenheimers.

We hebben uiteindelijk 4,5 genomen. En ’t ziet er goed uit zo.
Los van de sporen achtergelaten op het blanke hout omdat 1 van ons zo lomp was om in een hondenstront te trappen. Zalig toch die parken in de buurt.

De middagmalen zijn legendarisch intussen. Even stoom aflaten. Even met de voeten op de grond de meest fantastische ideeën spuien, en dromen.
Recalcitrante Rijke Rukker Rijdt Roekeloos Rokend Rondjes Rond R. ‘s Raffinaderij.
Aaargh, yés.
Uiteindelijk is het leven mooi.

Het leven zou nog mooier zijn mocht er ons iemand eindelijk eens kunnen uitleggen wat ‘huilen met de pet op’ nu exact betekent. We kunnen wel pretenderen dat we druk bezette intellectuelen zijn die voor de fun hun tere handen uit de mouwen steken. Maar wat is een mens als hij niet snapt wat een simpele 5-woorden-zin wil zeggen? Niets niewaar?
Dus, wie ons uit onze onwetendheid wil verlossen, graag. We sturen u per kerende een bedankingsplankske met de post. Gratis en voor niets.

We zijn eigenlijk aan de finale bezig, weten jullie?
De laatste loodjes naar de opening.
Er is veel veranderd sinds afgelopen zomer; waar is de tijd dat we zaten te dromen van hete barbecues tussen de paar latten die toen nog maar recht stonden;
terwijl de zon ons eigen hete vel verschroeide.

M., de Romanticus heeft intussen zijn heirbaan, ’t kan daar vriezen nu, kasseistenen diep. De vloeren zijn gegoten en geverfd, binnenkort stroomt er 220 door de aderen van dit passieve huis. Champagne door onze aderen, hoogstwaarschijnlijk; want we gaan er enen op drinken, zoveel is zeker.

Maar eerst nog eens het dak opkruipen, volgende week.
Er moet nog een terras afgewerkt; er moet nog gemeten, gevezen, gezaagd, geklopt, geboord, gesmeten.

Els Eeckhout (Schuunschgreifser)


18, 19 en 20 januari    De Finale Finale     
▲index 2007▲

De Eindsprint, dag 1 donderdag

Het weerbericht had storm voorspeld. Veel wind, veel veel harde wind.
Niet goed, want eigenlijk moesten er nog een paar plankjes worden gevezen op het dak. Niet goed, want eigenlijk moest het dak zélf ook nog eens extra gevezen worden.
Doen we het of doen we het niet?
Gooien we ons op de golven van de wind en worden we misschien onsterfelijk of laten we de boel de boel? Zo hard was het toch niet aan het waaien?
(Ma, Pa, de volgende paragraaf moeten jullie even niet lezen, OK?)
We hebben een poging gewaagd, L., de Energieke en ik, de Schrijfster.
Wow! Zo hard was het toch niet aan het waaien? Hadden we dat gezegd? Amai nie!
Er stond een stevig briesje. Er stond zelfs een oorverdovend briesje.
Machtig gewoon.
Maar we zijn s-u-p-e-r voorzichtig geweest, lood in ons schoenen; een ‘in memorial’ op de dag van de opening zagen we niet zitten. Geen van beide. Eeuwige roem, tot daar aan toe, maar te pletter storten in een nog niet aangelegd park? Dat is er over.
Meten, maten bulderen over de wind, beneden zagen en boven weer rap gaan vijzen.
(Ma, Pa, mochten jullie toch verder gelezen hebben, er was een sfeertje van ‘Bij Mij Zijt Ge Veilig’ daar op dat dak en we hebben echt wel enkel de meest hoogst noodzakelijke plankskes gevezen. En we waren beveiligd, ergens.)
Een 100-jaar viering zonder dakafwerking zou ook niet gekunnen hebben.
Toch?

Storm buiten, maar ook storm binnen.
Er moest nodig gekuist. Hoognodig.
B., de Stormram is ongelooflijk in het werk dat hij verzet. Maar, toegegeven, hij is ook ongelooflijk in de puinhoop die hij schept.
Net of er een bom was ontploft.
Een archeologische ontdekkingstocht door het puin van een wervelwind.
Er zijn nooit eerder geziene schatten opgegraven, verdwenen materiaal dook plots weer op. Verloren gewaande ziele-roerselen werden afgestoft, ontdaan van het overbodige en netjes opzij gezet.
Tegen de avond hervond de ruimte zijn eerder bedolven flair terwijl wij die van ons verloren. Mat en dof van het stof, gebroken nagels, gekloven vingers
En moe, ons amper staande houdend, hangend tegen de muren.

Die trap, daar konden we niet zo goed mee overweg.
Die begrepen we niet zo goed.
Ho, maar dat is toch een schone trap’, L., de Energieke viel in de verdediging, ‘een echte ‘Nele-&Pieter-met-Bram&Kaat,de-tweeling-trap’, simpel en eenvoudig, maar allé, das toch goe?’
G. de Bezieler ging hoofdschuddend in de aanval ‘we zagen de balustrade door en ’t zal er al veel beter uit zien, we saboteren die handel, dat moet gewoon’. Ook M., de Romanticus keek bedenkelijk, hij zag een barokke leuning wel zitten, met écht smeedwerk en krullewieten, niet van dat halfzachte hout.
Maar dat het ook wel zou wennen, uiteindelijk, dat trapken.
Onwennig gedraai bij de Cel leden, bof, ja, het zou wel wennen.
Alles went, op den duur.

De Laatste 100 Meter, dag 2 vrijdag                  
▲index 2007▲

Stralend mooi weer, en zon. Eindelijk zon.
Eindelijk een beheersbare wind, eindelijk rust op het dak.

Het is grOOt geworden bij de Vieze Gasten nu.
Je kan er lussen lopen zonder de persoon waar je uiteindelijk naar op zoek bent te vinden omdat die ook lussen aan het lopen is.
Prachtig.

Alles afgewerkt, alles functionerend -al is het in het begin een beetje zoeken waar alle schakelaars zitten- Onwezenlijk, we zijn het niet gewend dat het zo proper is, dat er zo veel licht is, dat het zo ontzettend groot is, dat er zo veel ruimte is, dat het zo schoon is, dat dat dat ... enfin, dat het af is.

Een fanfare kreet krijst blaast door het gebouw, een fotoclub prikt de laatste foto tegen de muur.
Tijd om te verkassen, tijd om ons vol te gieten en het stof uit onze neus te blazen.
Tijd om te bezinnen over de buurt en zijn bewoners.
Tijd om onze handen op ons eigen hoofd te leggen en te kijken wie er onder staat.



De Arrivé, dag 3 zaterdag                  
▲index 2007 ▲

We zijn rond, klaar.
Maar ’t was behoorlijk stressen.
Mensen dromen rare dromen als ze onder stress staan.
Mensen doen rare dingen als ze onder stress staan.
Mensen zijn mensen, en de dag voor een examen is altijd gestoord druk want het spiekbriefje moet nog gemaakt.

Tijd ook om het gebouw te laten doen waar het voor gemaakt is nu: mensen ontvangen. Er is zo veel gebeurd deze dag, de details zijn weg, of zijn het net de details die overblijven?
Op een hoop gesmeten komt het hier op neer, chronologisch, let wel:
Regen en wind, caravan op en caravan weer af, een wegvliegende deur, een geïmproviseerde fotostudio en Ed., de Schone als flitsend testmodel, M., de Romanticus als portretmaker, Es., de Heilige Veronica als ‘spring eens in de lucht op een verkeerd moment’, G., de Bezieler als spiekbriefjesmaker en L., de Energieke als verkeersbordenmaker, blauw hart, nee, wit hart, groot hart, pro clima op de tafel en de geur van ammoniak, huisjes tekenen en konten kijken, -schoon konten, klimmerskonten-, een Siamese tweeling, life muziek en een boeket bloemen dat geen eigenaar vond, een port folio en Ga., de Engel met de witte handschoenen, een Araki kotteke en koppen, veel koppen, straffe koppen, Goeste Majeure en ons Kommeere, de gazet van de schrijvers en de fototrekkers, een boekje van de bouw en een fiere ik, de Schrijfster –merci DVG en Karlos en al dat schoon volk dat ik schromelijk misbruikt heb op al deze pagina’s, merci-, een receptie en drank, veel drank, warmte en liefde en kriebels en gordijntjes en 4 zussen die straf op elkaar lijken, onze Frank Beke en Mong, lieve Mong, en drank, veel drank, schoon hapjes, fotogenieke hapjes, vranken champagne en franke toten, eten en een beetje rust, en een student fotografie met een D200 –damn, een D200!- en volk, veel volk, het familieportret van de Cel -schoon volk- lawaai, gegons en foto’s, een knuffel, een fanfare en een concert, een groot concert, een lang concert, een veel concert en B., de stormram die er echt goed uit zag, en S., de Surrealist nog ondoorgrondbaarder dan anders, een pauze en Ru., de Jonge die mij de goocheltrucken heeft verklapt, een fanfare nog steeds in concert en danspasjes helemaal vanboven aan de techniek, warm daar, heet daar, de bar en H., de Passante als wervelende barmadam en drank, nog altijd veel drank, meer drank en dubbele tongen en dubbele bodems, witte mensen en harde tribunes zonder leuning, maar die komt nog en chauvinisme en tabak en vuur en een Fransman en een Waalse speciaal voor de fanfare, en ja roken is sociaal, buiten in de kou met knikkende knieën, een verloren fietssleutelke en een tang, en open deuren en Ka., de Vertelster van Schone Verhalen en het conflict, en P., het brein, uitgeteld in de zetel en foto’s en drank, blijvend drank, en –adem, even ademen- schoon ogen en flitsende tanden, en Ni., de Didjerido op zoek naar een lift, en uiteindelijk Jimmy, mijn kersverse broer ...



De Kater, dag 4 zondag                 
▲index 2007▲

Ruis in mijn hoofd. Witte ruis, roze ruis.
De kleur maakt op zich niet; maar er is ruis.
Voorzichtig 1 oog open, nog voorzichtiger het andere.
De schade opmeten van de dag nacht tevoren.
Alles functioneert naar behoren, zo lijkt het.
Schatten hoeveel alcohol nog door de aderen stroomt.
Vooral voorzichtig bewegen, draaien in je warme nest.
Traag.
De schade lijkt beperkt.
Geen koppijn -hè, geen koppijn? Cool-
Vooral geen bruuske bewegingen maken nu.
Vooral harde onverwachte geluiden vermijden nu.
En dan, ineens, die klote telefoon.
Kortsluiting in mijn hoofd.
Je meurs sans mourir.
Een lege Cel.
De Bourgoyen en Ga., de Engel brengen rust.
Heel even.

Els Eeckhout (Schuunschgreifster)