|
Dagboek MAART 2007
▲index ▲
maart
2007
De Pijp GECENSUREERD
Zaterdagochtend. Ontiegelijk vroeg uit mijn bed gejaagd door M.
Geen reden toe, want én etensbakje én waterbakje gevuld.
Wat een kat klagen kan.
Rothumeur en een rotweer.
Te voet om krant en ontbijt, klote wind. De laatste maanden net iets te veel
met de fiets tegen de grond gegaan om me te wagen aan stormweer.
Zo komt het dat ik tergend traag langs de voormalige Pijp worstel en elke
lopende meter van de gevel kan bekijken.
Hé, de ramen zijn afgeplakt. Leuk. Ze zijn dus aan het werken?
Tiens, dat lijkt niet op papier?
Een raam verder is mijn verbazing nog groter. De vrouwentongen hebben plaats
gemaakt voor boeken.
Boeken? Boeken!
Mijn hart maakt een sprongetje. Weg rothumeur.
Een boekhandel in de Brugse Poort. Halleluja.
Mijn enige grote echte liefde.
Nooit misbruikt, nooit verhakkelt, nooit verkeerd begrepen.
Boeken.
Een 2e blik brengt verbazing: de ***, Arabische geschriften?
Vertwijfeld loopt ik de hoek om en staar naar de affiches op het volgende raam:
Nieuw in Gent: ***,
***, 10% korting op alle artikelen. 20% korting op bepaalde artikelen en op ***’.
Jesus, mompel ik, *** onder de toren.
Ik slik mijn teleurstelling weg en verdwijn in stilte op de vlagen van de wind.
Een vraag om een vervolgverhaal te schrijven op het eerder verschenen stukje
over de Pijp wimpel ik af. ‘Neen jong, komaan, over vedettes schrijven is
simpel, aan de Islam waag ik me niet’.
Het idee blijft echter broeien, ik rij dagelijks langs
*** voorbij. Vanuit mijn
ooghoeken zie ik telkens weer de overschilderde letters van de Pijp.
Druk overleg, we zien er wel een reportage in voor de 2e Kommeere, onze
buurtkrant.
Een interview, paar mooie foto’s. Waarom niet?
Afspraken worden gemaakt, alles wordt netjes geregeld en vooraf besproken met
de uitbater van de boekhandel. Foto’s, interview, lay-out. Afspraak zaterdag 10
maart in ***, deadline voor de krant de dag erna. Dat haal ik, het wordt een
race tegen de tijd, maar dat haal ik nét.
Enthousiast verschijn ik op het afgesproken uur. Ik voel me weer het kind van
lang geleden, met 20 frank in mijn zakken. Allemaal te spenderen aan snoep.
Het onderwerp van de reportage is de winkel nog aan het dweilen, of ik nog even
kan wachten? Natuurlijk. Ik heb tijd.
Mijn teleurstelling is groot als ik een paar dweilslagen later te horen krijg
hij zich bedacht heeft. Hey?
Hij heeft er lang over nagedacht, alles uitvoerig besproken met zijn compagnon,
en ze denken dat het toch maar beter is geen interview te doen.
Geen reportage, geen interview, zelfs geen foto’s.
En of ik dat begrijp?
Neen, zeggen mijn ogen met een frons.
Ja, zegt mijn mond met een geforceerde glimlach.
Damn.
Natuurlijk begrijp ik dat hij zich bedenkt, ik begrijp zijn houding maar niet
de reden.
Wat is er fout aan een artikel in de plaatselijke buurtkrant die
*** een plaats
wil geven in de buurt? Wat kan er überhaupt fout lopen als je de buurt wil
informeren over het hoe en eventuele waarom van deze boekhandel?
Ik mag hem zeker niet verkeerd begrijpen, maar ze hebben in Brussel ook een
boekhandel en daar hebben ze meegewerkt aan een gelijkaardig initiatief en dat
is compleet verkeerd gelopen. Verkeerd geciteerd geworden, advocaat en veel
gedoe.
Niet dat hij mij beschuldigd van dergelijke praktijken, want hij kent me
tenslotte niet hè, maar ze zijn voorzichtig geworden. Je weet nooit wat de
mensen die voor je staan denken of wat hun bedoelingen zijn. Juist.
Ja maar, probeer ik nog, het is toch net dat wat wij willen vermijden door
dergelijke artikels te publiceren. Het is een buurtkrant godbetert, de mensen
zijn nieuwsgierig naar wat de Pijp is geworden. Je kan ze toch maar enkel
informeren?
Liever niet. Hij is blij met zijn winkel naast de kerk, wil een goede
verstandhouding met de pastoor. Iedereen is welkom. Iedereen die vragen heeft
mag binnenlopen, en als hij kan zal hij antwoorden. Hij is geen iman, maar als
hij de mensen kan helpen zal hij dat doen. 80% van de klanten die binnenlopen
zijn bekeerde Belgen weet je.
Maakt hem ook niet uit wat of waarin je gelooft, uiteindelijk gaat het toch
altijd weer over ‘mens ‘ zijn. En er was echt nood aan deze boekhandel in Gent;
er is er nog ene in Antwerpen maar dat is te ver. En in Brussel, maar die zijn
dan voornamelijk Franstalig, en de jongeren hier moeten de kans krijgen zich in
het Nederlands te scholen.
Maar goed, hij wil geen interview.
‘Kijk, vroeger had je hier een café, en nu is het een boekhandel geworden. Het
ene stopt en het ander begint. Meer is het niet.’ Maar misschien kan ik later
eens terugkomen stelt hij voor, als de winkel al wat meer draait?
Misschien.
Als ik later buiten op de stoep sta te kijken naar het schreeuwlelijke
uitgangsbord bedenk ik me dat ik niet eens zijn naam heb gevraagd.
Windstil en een rothumeur.
Els Eeckhout (Schuunschgreifster)
▲index ▲
|