Dagboek MEI 2006

▲index ▲

Theaterfestival woensdag 10 tot en met zondag 14 mei 2006  

PATS BOEM PATAAT KNAL BONK
BOENK VLAM FLITS FLITS BOM.


Bom.
Theater BOM, 5 dagen lang, 5 dagen kort.
Overal.

In schuren waar het riekt naar de duivenstront.
Verval.
In tuinen met puttekes in de gazon.
Zompig.
In piepkleine livingskes met de adem van je buur in je oor.
Warm.
In grOte kerken waar G.O.D meeluistert.
Koud.
Op ‘t water, deinend op de maten van de fanfare.
Misselijk.

Schoon volk ontmoet, straffe dingen gezien;
Van dichtbij, héél dichtbij, het spuug van je gezicht vegend, zò dichtbij.
Emotie, fel hard snel flitsend luchtig opgeklopt zuur zoet bitter venijn.
Fuck Bush, eat your heart out, vuile klap en propere noten.
Liefde, liefde voor ‘t konijn en voor Elvis.
Leven is niet makkelijk blijkt, iedereen kent zijn eigen Waterloo.

Ik ben intussen de tel kwijt geraakt, weet niet meer welke voordeur nu bij wie hoort, waar zaten die luidruchtige kikkers, waar die schone blauwe rus?
Wat is nu het begin en wat is nu het einde?
Geboren worden op de zijkant van een caravan.
Als begin kan dat tellen, als einde nog meer.
Is ‘t leven nu theater of is theater nu ‘t leven?

Het zal weer stil zijn straks.
Het water is weer kalm.
De kerk zal weer de kerk worden.
De livingskes gaan blijven ademen
De gazon gaat weer opleven,.
De duiven gaan blijven schijten.
Overal

Els
 

Theaterfestival woensdag 10 tot en met zondag 14 mei 2006  

lyne schrijft op  "gentblogt " :  Plof! 

▲index 2006▲


De bom is gevallen, en wel knál op de Brugse Poort.Veertig locaties werden getroffen door meer dan veertig scherven, lees: voorstellingen, concerten, try-outs, toonmomenten en installaties. Het bleek namelijk om een Theaterbom te gaan: een explosief van het eerder vreedzame type dat mensen bij elkaar pleegt te brengen, in plaats van hen uiteen te rijten.
Voor de vierde editie van de Theaterbom kon je Bij’ De Vieze Gasten maar ook in woonkamers, op zolders, in garages en onder appelbomen terecht voor jeugd-, kinder- en straattheater, muziek, performance of gewoon een pintje. Wij trokken een dagje naar het front, en snoven er de sfeer op. Lijkgeur? Niets van gemerkt!

Hoewel. ‘Als je hebt gescheten, hoeft niemand dat te weten, maar draai je gewoon even om, en haal de borstel door de kom’. Welkom in café De Pijp, naast de kerk op het Seghersplein, waar poëzie van de bovenste plank de WC-muren tooit. Op zondagmiddag is De Pijp gewoonlijk gevuld met stamgasten uit de Brugse Poort die er de voorbije week komen evalueren, maar die zondag was de sfeer in het café net een tikkeltje anders dan anders.
Vier zotte madammen - Lisa Buytaert, Léonthine Van Wassenhove, Anitawèh Labhise Allare Mandango Ciratu en Nyira Hens - palmden moeiteloos het café in, mét inboedel, cafébazin en stamgasten incluis. Des dag des Glorie heette de vrucht van hun luidruchtige onnozelheid – een voorstelling bedacht, gegroeid en uitbundig ten beste gegeven in café De Pijp.

Is dit theater?

De inrichting van het café flitst ons terug naar het Vlaanderen van de jaren vijftig, maar de aanblik van de aanwezige actrices draait de klok op slag drie decennia vooruit, tot we in het begin van de jaren tachtig belanden. Die heerlijke eighties, de glorietijd van de toen nog beloftevolle zender VTM, de tijd dat huizenhoge kuiven en opzichtige make-up de Lynnen, de Annes én zelfs de Willys van dienst tooiden. Denk Joepi! De legendarische kuif siert ook de vier protserige hostessen, die koket in het café rondpikkelen en de binnendruppelende gasten verwelkomen met vreugdevol gekir en een hopeloos domme blik in de ogen. Wanneer de mensen blijven toestromen en er steeds meer stoelen moeten aangesleept worden, slaat de stress toe. ‘Cool down’ wordt er geroepen en de handjes wapperen hysterisch, ‘cool down meiden!’

We zijn twintig minuten verder, en de voorstelling is door het gestaag binnenwalsende publiek nog steeds niet begonnen. Hoe ondervang je als actrice in godsnaam zoveel ‘lege’ momenten? Door gewoon rechtdoor te lullen en op een meesterlijke manier in te spelen op locatie en publiek, zo blijkt. ‘Peggy’, ‘Greta’, ‘Thea’ en ‘Angel’ schudden nog voor hun voorstelling begint een paar straffe staaltjes van improvisatie uit de mouw. ‘Nog één minuut’ roept Greta rond, ‘en dan gaan we écht beginnen!’ ‘Juist nog tijd voor een pintje,’ repliceert Peggy, en alzo geschiedt. De echte Angel – cafébazin van De Pijp - draagt de bestelde pintjes rond. Is iedereen bediend? Dan zit het spel op de wagen!

Wij hadden de blikken potjes die op elk tafeltje stonden al opgemerkt, en onze bange vermoedens worden bewaarheid. De vier presentatrices blijken een geheel uit meligheid opgetrokken benefietshow voorbereid te hebben ten voordele van het arme zwarte kindje Glory, wiens laatste brief aan zijn vier ‘Foster parents’ onder het vertoon van opzichtige ontroering en overmatig gesnotter wordt voorgelezen. Het eerste deel van deze show – vergeet de potjes niet, dames en heren! – bestaat non-interviews met sponsors, emotionele oproepen om geld en het gezamenlijk scanderen van het goede doel-rekeningnummer. Het spel van de vier actrices gaat daarbij volledig over the top maar bezorgt ons tranen van het lachen. De show wordt onderbroken voor publiciteit, en terwijl de conservenblikjes rondgaan krijgen we enkele absurde reclamespotjes voor Blackalicious te zien: een wondermiddel dat verdacht veel op schoensmeer lijkt en je in een wip omtovert van een ongelukkige blanke bleekscheet tot een ultracoole zwarte brother.

Het tweede deel van de benefietshow zet in met een muzikale act. Dance ’till you trance heet het beestje, en onder opzwepend djembegeroffel (Eén van de stamgasten verrukt ‘Da’s mijne slag! Nu geraak ‘k in form!’) geeft Peggy, gehuld in een oervlaams majorettekostuumpje, een demonische dans ten beste die alle geesten uit het zwarte continent moet gewekt hebben. De aanwezige kinderen zijn blijkbaar niet afgeschrikt door haar rollende ogen en extatische kreten, maar springen vrolijk achter haar aan het café door. Eenmaal de duivel is uitgetreden is het tijd voor een tombola, waarin een banaan, een flesje Cola en een pot Duo Penotti de hoofdprijzen vormen. En dan volgt het hoogtepunt én meteen het einde van de show. Ondanks een aantal misverstanden met de oortjes (‘Ja Greta, ik sta hier aan de pooltafel … hallo Greta, hoor je mij? Hé ma, zijde gij dat?’) dringt het bericht door dat de beoogde geldgrens van 5000 euro bereikt is. Algehele hysterie, neptranen alom en de benefietshow wordt afgesloten met het met perenstroop geschreven lied He’s just a child.

Glory halleluija!

Wie rondom zich heen kijkt ziet in het café een vrij unieke mengeling van geamuseerd of sceptisch kijkende Brugse Puurters en hippe theatermensen die voor het eerst café De Pijp bezoeken. Maar de pretentieloze opzet en het onbedaarlijke spelplezier van Des dag des Glorie houdt álle aanwezigen in de ban. De vier bewijzen zo dat op locatie spelen in een ‘moeilijke buurt’ niet hoeft te betekenen dat de culturo’s voor één weluitgekiend dagje de boel overnemen. Sprak daar toevallig iemand het woord ‘participatie’ uit? ‘Zet erbij dat we ook nog wel andere dingen doen’ zegt één van de actrices oprecht geschrokken wanneer ze hoort dat er een stukje zal verschijnen. Maar hopelijk gaan deze mensen gewoon door met dit soort dingen: het maken van zotte, creatieve en complexloze voorstellingen die gedijen in een bijzondere context. Zet hen hiermee alsjeblieft niet op een groot podium - dit is theater genoeg.

Nog meer zottigheid zien we bij Mireille en Matthieu aka Esther Maas, Kathleen Wijnen en Eric Bassier, die met Schaam de Sint-Jan-Baptistkerk bezetten.
Wie Leg@ron zag weet dat anarchie hoogtij viert in de voorstellingen van M&M. Dat is ook hier weer het geval, al zijn niet alle uitwassen van deze anarchie even sterk. Mireille en Mathieu leveren op deze gewijde plek een voorstelling af die heel wat actuele thema’s op de korrel neemt: van de man/vrouw verhouding tot het huidige schoonheidsideaal met extreme make-overs en trendy schaamhaarkapsels. Maar er moet gewied worden in het materiaal: sommige scènes zijn scherp en spitant – de extreme make-overs - , andere veel te braaf, zoals de openingsscène die speelt die het nu toch echt wel uitgemolken Caveman-thema aanhaalt. Jammer ook dat de kerk niet breder bespeeld wordt, zo’n heilig huis biedt toch véél meer mogelijkheden om heilige huisjes in te trappen? De letterlijke ‘vaginamonologen’ waarmee M&M afsluiten zijn een voorbeeld van hoe het wél moet: een origineel en verrassend idee wordt hier perfect getimed en uitgevoerd. Wieden in dat schaamhaar, wieden in die tekst!

De meest intieme voorstelling zien we ‘s avonds, wanneer we om half elf onder de appelboom in het Kokerpark in het gezelschap van een twintigtal mensen De tuin van Marie bijwonen. Dominique Collet en Tine Laureyns spelen in de rust van de avond, met enkel twee stoelen, twee lampjes en een lijntje kleurige vlaggen als decor. Het publiek lijkt uitgenodigd te zijn op een feestje - schuimwijn en cake staan klaar. Toch is de sfeer op een vreemde manier beladen. Terwijl één van de meisjes er energiek op losbabbelt, kijkt de andere vermoeid toe vanuit haar stoel. Het lijkt alsof er iets hapert aan de verhouding tussen het extraverte meisje en het bleke, introverte wezen. Er hangt een zeker onbehagen in de zachte lentelucht. Wat klopt er niet aan dit plaatje? De twee praten met elkaar en met het publiek, halen herinneringen op, de schuimwijn gaat rond, de cake wordt rondgedeeld. Zo gaat dat op een feestje – een verjaardagsfeestje, zo blijkt later. Een verjaardagsfeestje dat het ene meisje heeft georganiseerd voor het andere. Het subtiele spel van Collet en Laureyns – de twee gaan nu eens teder, dan weer wrevelig met elkaar om – slaagt er perfect in de schaduw van een groot verdriet over de avond te laten hangen. En hoewel de tekst tot het einde toe de aard van het achterliggende drama verzwijgt, voelen we het al snel aan onze kleine teen: dit verhaal heeft geen happy end. Subtiel en poëtisch in tekst en spel, perfect gedijend op deze intieme locatie. Prachtig.

We sluiten ons bomspotten af aan de toog van De Vieze Gasten waar een sfeervol optreden van Amaris (we herkennen leden van Olla Vogala) op zijn einde loopt. Met ons drankje nestelen we ons op de houten banken en we amuseren ons nog een kwartiertje kostelijk. Wanneer het zaallicht aangaat merken we dat ‘de publieksmix’ hier geen loos begrip is gebleven: jong/oud, zwart/met een kleurtje en klassiek/alternatief bezetten de banken of staan bijeen getroept aan de bar. We doen hard ons best om een voorbeeld te bedenken van een ander Gents theaterhuis dat deze publieksmix realiseert. Wij moeten het opgeven. Enkel aan de bar van De Vieze Gasten vinden muzikanten, acteurs, nieuwsgierigen, sympathisanten, gekken en kunstenaars elkaar complexloos terug.

Het is zondagavond, morgen iedereen werken? Ach wat.

 

 

Theaterfestival vrijdag 12 mei 2006 

i op gent blogt  ONTROERD

▲index ▲


In dezelfde mate als ik boos ben over de schietpartij in Antwerpen, heb ik eergisteren doorgebracht in een welhaast permanente staat van ontroering over zoveel idealisme en liefde voor de wereld. De locatie: op De Theaterbom in de Brugse Poort. Allemaal gratis, allemaal op locaties in de buurt en allemaal mensen die voor niets optreden.

Ik meen het oprecht: ik heb die avond zeker tien keer gedacht “Zie ons hier nu zitten. Het komt allemaal wel goed als er nog zo’n mensen zijn.”. Toen ik naar Katrien Pierlet ging kijken, bijvoorbeeld, die een kinderstuk speelde in de keuken van de Kinderplaneet, voor een bende kindjes die daar aangewaaid waren.
En toen ik een uur later ‘Bij De vieze gasten’ aan den toog zat met dezelfde Katrien en we twee Slovaakse jongedames Spaans aan het leren waren (Amores Perros! Todo Sobre Mi Madre! Hable con ella!).
En toen we een uurtje daarna mochten plaats nemen in de garage van de fantastische Francine voor een stuk van Eva Binon. Hoe Francine de poort dan dichtdeed, Eva een paar ikea-nachtlampjes aanstak en vertelde.
En ik dacht het weer toen Francine een half uur later, na afloop dus, stond te schreien van ontroering (“Amaar Evaatje, zo schoon, kind”) en er op stond dat we allemaal een glazeken zouden drinken.
Ik dacht het ook toen ik kort nadien in het waskot van Francine schuimwijn aan het uitgieten was voor de mensen, in limonadeglazen, want de andere waren al op.
En nog een keer toen we een uur later in de living van andere mensen naar een pianoconcert zaten te luisteren. En nog een keer toen we veel later dan verwacht naar de bushalte slenterden op weg naar huis. Geluk was heel tastbaar op dat moment.

Mag ik u het festival bij deze nogmaals aanbevelen? Het is goed voor het hart, dat wordt er helemaal warm van.

(Nvdr.: Dit stukje verscheen eerder op i.’s persoonlijke weblog en vermits de hele redactie er ook warm van werd hebben we het hier met plezier overgenomen.)

 

Theaterfestival  zondag 14 mei 2006  

smetty op gentblogt  bRaSs

▲index 2006▲


* Het festival De Theaterbom werd hier al uitgebreid besproken. Ik ga de reeks afsluiten met een bijdrage over het optreden van bRaSs.

Rona Kennedy en Sigrid Laget vormen samen “The big Rona and Sigrid show” ( bRaSs). Dit cabaretduo omschrijft zichzelf als twee muppets en een koffer vol brol uit de Wibra. Die koffer en de gitaar van Sigrid waren de belangrijkste attributen op het “podium”. Speelveld is misschien een beter woord. Frank, Lieve en Anke uit de Meibloemstraat hadden hun prachtige stadstuin opengesteld voor een 20-tal toeschouwers.


Rona en Sigrid brachten een mengelmoes van politiek geïnspireerd cabaret en seksualiteit (ik heb: “Klaarkomen met de hulp van president Bush” onthouden), afwisselend gesproken in het Nederlands en/of het Engels. Een bijzondere maar toch geslaagde combinatie die nergens gaat storen omdat beiden eigenlijk gewoon in hun moedertaal praten.

De dames hebben zowel sketches als liedjes op het repertoire staan. Ondanks het feit dat enkele onderwerpen zeer persoonlijk waren, leken ze niet bang om zichzelf op een bijna kwetsbare manier bloot te geven. De voorstelling werd bijgewoond door enkele licht mentaal gehandicapten. Ondanks het onderwerp, de taal en de soms explicitie seksuele verwijzingen leken ook zij zich bijzonder goed te vermaken, namen ze nergens aanstoot aan en was hun interactiviteit met de spelers bijna hartverwarmend.

De voorstelling duurde, zoals alle andere uit het festival, jammer genoeg maar een half uur. Ik zag een cabaretduo dat nog moet groeien, niet alles liep al even vlot, maar met een enorm potentieel. Twee madammen die ongezouten hun gedacht over seks en politiek verkondigen, die spelen met 2 talen alsof het evident is en daarbij ook nog eens ontzettend grappig zijn, daar willen we graag meer van zien.

Achteraf gezien vind ik het jammer dat ik niet meer voorstellingen van het festival bijgewoond heb. Want wat kan een mens zich nog meer wensen dan op een warme zomeravond, met enkele fijne vrienden in een mooie tuin en met een pintje bier dichtbij, naar een grappige voorstelling te kunnen kijken…

Voor meer info en reservaties: brasstheater.be.

 

 

▲index ▲

 16 mei 2006  Toehoorder 


Niet de massa stevent af op de oude toegang van de kringloopwinkel in de Reinaertstraat. Mondjesmaat zou ik het aantal bezoekers willen noemen. Er is de 'gerichte' bezoeker. De wandelaar op zondag bijvoorbeeld. De fietser die geniet van de zondag en even de fiets afstapt.
Wie er het eerst van de effecten van ,Brugse Poort naar De Wereld’ wou genieten, was de jeugd die het werkstuk van Hilde en Geert wilden uitproberen op zijn degelijke kwaliteit als was het een goeie ouwe degelijke piano. Onbreekbaar. Alhoewel… Als er maar muziek uitkomt, kan het niet anders dan goed zijn, dachten die jonge gasten… Maar het is alvast een proef die de wereldkaart ondergaat. Sterk staaltje techniek moet het zijn waar de bedrading tegen een stootje moet kunnen, dacht Geert. En neen, de verf bladdert niet na het springfestijn, dacht Hilde. Alweer kwaliteit, dachten wij. En 'by the way', de fotootjes bleven mooi gekleefd ter plekke zitten en gingen zelf niet op reis naar een andere bestemming.
Nu ja, beter even de jonge springerigheid opvoeden en hen vertellen dat het allemaal niet daarvoor dient. Het is zondagnamiddag 14 mei en de zon is er dan toch eindelijk even door gekomen en dat merkt men. Ik ben niet de enige die enkele passen wil zetten of een kleine wandeling in de buurt houden. Het is de goede richting: Reinaertstraat. Zonder twijfel ligt die kaart daar niet zomaar, maar wil wat vertellen. Intussen voegt zich een andere Brugsepuurteneire bij mij en laten wij onze commentaar vrij.
Neen, ik ben er niet alleen en ik plaats mijn 46 op het gezicht van iemand, luister even naar het verhaal van iemand anders ,ergens’ op de wereld. Ergens… iemand die in zijn authentieke landstaal zijn verhaal inleidt en dan verder gaat in een meer verstaanbare Gentse taal. Wij hebben intussen ook al naar de inleidende woorden van Hilde en Geert geluisterd en dat is in een zekere zin ook een beetje nodig – en nooit overdreven – om het ganse mooie project te beleven.
De wereldkaart? Hoorde ik daar niet heel wat keren het woord ,prachtig’ gebruiken. Want het is allereerst de kaart die technisch wordt bekeken, gekeurd, goedgekeurd. En pas daarna kiest men voor het verhaal dat er achter zit.
Intussen heeft mijn kennis er even genoeg van gekregen… en is er ook dorstig van geworden. ,Laten we ons enen gaan schellen’, zegt hij bij De Vieze Gasten. En ik wil er ook wel eens wat van die foto’s gaan bekijken die Fixatief heeft verwezenlijkt.
En zo gezegd, zo gedaan…
Het is een mooie afsluiter van een wandeling om bij een degelijke Duvel en in goed gezelschap te kijken naar wat foto’s. Het is even glimlachen voor de vele sfeerrijke beelden van een of ander voorbij evenement op de Brugse Puurte.
 

Erik

 

▲index ▲

 

16 mei 2006  ToeSCHOUWER

De fanfare was verwacht. De Groendreef en de Elyzeese Velden en er tussenin het kanaal Gent-Brugge. En op dat kanaal ligt dan in volle pracht en vurige glorie te schitteren ,De Barge van Gent’. Een aardig stukje kunst in hout en een mooie ,maagd’ als boegbeeld. Toen ik haar bewonderde van op de wal, en later van op de voetgangersbrug die het kanaal tussen twee degelijke bruggen in, opsplitst… kon ik niet nalaten haar vooreerst een bezoek te brengen. De Barge even induiken voor een frisse pint. Even vóór het aanstormende geweld van de Propere Fanfare.
Klanken zijn niet weg te denken uit de Brugse Puurte en hoor ik daareven een jonge dame haar kleine grut niet zeggen: ,Hoor ik daar geen muziek weerklinken?’ En ja, mijn niet meer zo jonge oren hebben die eerste tonen ook reeds opgevangen. ,Zij zijn in aantocht!’ En dan kijken de her en der verspreide enthousiastelingen halsreikend richting aanzwellend geluid komende van de Zuidkaai.
Langzaam komt een kleurrijke groep de Groendreef dan ingedraaid, richting voetgangersbrug. Vooraf zie ik ,de nar’ van deze unieke groep in vol ornaat die de groep voorafgaat naar zijn doel: de ,Barge van Gent’.
Ik spreek over kleur. En dat is wat het geheel van De Vieze Gasten zonder enige twijfel uniek maakt in de Brugse Puurte. Zonder zijn kleuren zouden deze gasten moeten worden uitgevonden. Zonder zijn verscheidenheid aan instrumenten zou de Propere Fanfare misschien niet die muziek brengen uit het leven van de Brugsepuurteneiren gegrepen? Zonder kleur? Vergeet het maar. Terwijl de groep zijn toehoorders wil aanzetten tot een pasje, tot een meedoen met de algehele sfeer, een buurt compleet wil betrekken in zijn activiteiten.
Al dansend, al vuurspuwend, al jonglerend is de leuke groep de barge opgestapt. Plaçeert zich ordentelijk op de voorplecht want het moet ,proper’ zijn en niettegenstaande de grote verscheidenheid van vele ,klank’-producerende toestellen komt er een orde… Een ,propere’ dirigent met zwaaiend instrument laat de eerste testtestklanken horen… Vooraf even ,stemmen’ zoals het hoort en iedereen ook in de juiste sfeer is! En daar gaat zij… de Propere Fanfare laat indringend zijn stem horen over de Brugse Puurte in een dozijn (of was het minder) muze-stukken.
De Nar danst heen en weer. De jongleurs laten de jonge ogen genieten. Enkele toeschouwers krijgen ook een gratis oppoetsbeurt aangeboden. Een leuk moment: de Brugse Puurte lééft.
Het grijpt mij aan, zoals de andere toeschouwers die tot de laatste strofe luisteren. Het beroert mijn hart, want ik behoor tot de… Brugse Puurte, geboorteplaats van De Vieze Gasten én zijn Propere Fanfare.
Erik

▲index ▲

 

zondag 21 mei 2006  4hoog  ATLAS

Over Herman, de licentiaat pharmaceutische wetenschappen en Marcel, de simpele bakker –verbazend hoeveel marcellen er de laatste tijd mijn pad kruisen, maar dat is een ander verhaal-

Herman die zich verliest in het opsommen en opjagen van spinnen en op alles wel een antwoord heeft. Droog en steriel
Marcel die zich verliest in het bakken van zijn broden, gewoon simpel wit en bruin, maar als ge ‘t op tijd vraagt, kan hij ook wel iets speciaal doen.
Herman en Marcel zijn vrienden, ze spreken dezelfde taal, eten hetzelfde brood.
Ze verstaan elkaar.
Tot Marcel zich verliest in de rode dame die zijn pad kruist, een rode dame die een andere taal spreekt en verloren loopt in een land dat niet het hare is met een cultuur die niet de hare is.
Marcel laat zijn broden aanbakken en is gelukkig.
Herman schreeuwt moord en brand, dit begrijpt hij niet, dit aanvaardt hij niet, dit kan hij niet, dit kan hij niet, dit kan hij niet; die spin die hij niet kent moet het land uit, ze betovert zijn vriend, ze is slecht.

Er wordt een uur intens gespeeld, de tranen die vloeien zijn echt. Sterk.
De muziek die wordt gespeeld is betoverend.
Rood voor de vreemde dame, groen voor de warme bakker en wit voor de apotheker.
Rood en groen vormen de Marokkaanse vlag (wist ik niet, google wel) en het geschreven Arabisch is als visueel gegeven zeer dankbaar.
Ik hou ervan als het decor na het eind van de voorstelling herschapen is in een puinhoop; hier worden de verschillende werelden letterlijk en figuurlijk verscheurd, vertrapt, omvergeblazen. Er wordt gewerkt daar op die paar vierkante meter, er wordt een spanning gecreëerd die, lang nadat het stof van de bloem al is neergedaald, nog voelbaar is.

Schoon, wreed schoon; geen kant en klare antwoorden, geen happy end die je misschien bij een familievoorstelling zou verwachten maar zo mooi verteld, zo sterk weergegeven. Marcel is zo oprecht neergezet dat je er warm van wordt; verscheurd tussen het zijne en het hare, hier valt niet te kiezen.

Els

 

▲index ▲

 

26 mei 2006  LIVINGSTONE

Thomas Noël (piano, Rhodes, melodica, soundscapes), Paul Segers (tuba, euphonium, percussie, stem, soundscapes), Jan Verbeeck ( gitaar, percussie), Wim Neyrinck (saxen), Jorg D’Hondt (bas, percussie), Patrick van Den Heede (udu, cajon, emmer, percussie), Micha Vandendriessche (drums, percussie), Marianne Hoeken (trompet), Hans Vermersch (projecties, video), Laurens Ingels (techniek)

Vrijdag 26 mei. Op deze herfstige avond begeven we ons in blijde anticipatie naar de Reinaertstraat 125: Livingstone, zo lazen we op de website, brengt met melodie, beeld en improvisatie unieke plaatsen en verhalen tot leven. Laten wij nu net behoefte hebben aan vakantie en zon. Als Livingstone ons dat het komende anderhalf uur kan bieden besparen we ons een reisje en kunnen we ons eindelijk die set nieuwe onderbroeken kopen.

Geflankeerd door Jan Steen en Fabrice Delecluse zoeken we de minst pijnlijke houding op het inheemse hardhout van de Vieze Gasten. De rookmachine pompt sfeer op het podium. Een negenkoppig ensemble komt op. Dit is Livingstone. Bijna allemaal lang haar. Niet de frontman, die is kaal.

We wanen ons in een gymnasium uit grootmoeder’s tijd. Op het ritme van jazzy blaas-, snaar- en slagwerk gooien de zwart-wit figuren op het projectiescherm de spieren los. Het publiek beweegt spontaan mee. Funny walks. Iemand klapt uit het ritme. Voeten dansen over de muur. Nu zijn we vertrokken. Dit is pretentieloos vermaak. We zien naakte vrouwen. We zien Rio de Janeiro. We zien de oceaan…

En dan zien we eindelijk de diep uitgesneden decolleté van de trompettiste. Een behaaglijke warmte neemt bezit van ons. Ja, de avond is rijk gevuld. Zelfs de regen, die cynisch genoeg ook in het bisnummer weer opduikt, kan de sfeer niet meer drukken.

Dank Livingstone. Dank Marianne.

Johan
 

▲index ▲

 

27 mei 2006  GROENE VALLEIFEESTEN

Ben pas tegen 16u kunnen afzakken naar de uitgeregende vallei, dus weet niet wat ik daarvoor eigenlijk allemaal gemist heb, de immer rommel-verzamelende-om-daarna-weer-te-verkopen medemens zat al vanaf 9h te kleumen; te wachten op de immer rommel-aankopende–kan-altijd-wel-eens-van-pas-komen medemens.

Ze waren met veel, de medemensen, en het was best wel gezellig onder de bomen.
Ook al was het een puinhoop, ze zijn daar aan het werken, en een modderpoel, ‘t had nogal straf geregend de dag voordien.
Ik kreeg de onverwachte vraag van Ruben, 7 jaar: ‘als alle bomen groeien uit een zaadje, uit welk zaadje is de àllereerste boom dan kunnen groeien?’
Euh, daar kon ik als al lang niet meer 7-jarige geen antwoord op verzinnen.

Ik herinner me vorig jaar, toen ben ik uiteindelijk blijven plakken aan een jeneverkotteke. Maar vóór die jenever was ik er nog in geslaagd om in de bijna lege dozen van een rommel-verzamelende-om-daarna-weer-te-verkopen medemens een boekje te vinden van Leni Saris, mijn bakvissen idool. Aaah, schitterend, zeemzoeterige verhaaltjes waar het goede het altijd wint van het slechte en waar de eerste zedige kus het strafste is wat je in die boekje leest. Romantiek oh schoone romantiek, waar zijt gij oh gij die ik bemin? Maar ik dwaal af hier.

Dit jaar geen romantiek, geen jenever maar bruisend aan de hand van een kinderhand van hier naar daar gesleurd, beetje jazz opgesnoven, leren jongleren –dank je Pieter, dank je mooie jongen van de Circusplaneet- en toch maar weer terecht gekomen op de stoel voor de camera. In navolging van onze burgemeester, van Wouter Deprez, van Guido Belcanto, enfin van een ganse rits schoon mensen. Gearchiveerd als bewoner van de Brugse Poort, even heb ik vrede met dit land, met deze stad, deze mensen, met mezelf.

Geen idee of ze er in geslaagd zijn het vuur aan te steken daar op de modderwei, ben toch maar gevlucht voor de regen en de kilte die uit de grond kwam.
Maar het is goed te zien dat de mensen nog graag naar buiten komen om een klapke te doen met de buurt. Ook al lijkt het of de hemel naar beneden gaat vallen. Volgend jaar bestellen we een vrachtwagen zon, dan laten we die uitstorten boven de vallei!

Els