|
Dagboek OKTOBER 2006 ▲index 2006▲
4 oktober
2006 -
ANNA -
Première
Vier oktober 2006, première. Een uitnodigend gebaar. Kom eens luisteren? Iets
nieuws. Misschien wel iets voor mij? Ik weet het niet, maar ik ben er even vóór
half negen bij De Vieze Gasten.
Een simpel gedacht gaat door me heen. Ik schrijf het op een blanco stukje papier
voordat ik het vergeet, even voor de voorstelling begint:
,Ik kom mij warmen…
aan de klanken…’
Het toneel oogt, nog leeg, wacht af. Twee fauteuils naar mekaar toegekeerd voor
twee acteurs. Het geluid: klaar.
Nieuw voor mij, een bezoeker aanwezig zonder duidelijke verwachtingen. Nieuwe
gezichten alom rond mij met verwachtingen.
Wanneer Antje De Boeck en Rony Verbiest het podium betreden, zijn er nog mooie
plaatsen over op de tribune. Een beetje weinig toeschouwers die het zich
duidelijk naar hun zin maken. Misschien zijn zij de voorhoede van het latere
succes? Afwachten tot wanneer de stemmen op de Bühne zijn uitgestorven en het
commentaar door de straten van De Brugse Puurte en verder dwaalt. Dan komen er
wellicht meer luisteren?…
Misschien wel. Het is nu test-test-test.
Het ademen onder de toeschouwers valt stil. Nooit eerder hoorde ik zulke stilte.
De stilte is nadrukkelijk wanneer het verhaal tergend langzaam op gang komt. Een
verhaal dat geen popcorn verdraagt terwijl ieder woord wordt gesmaakt door de
aandachtige luisteraar. Een woordgebruik ook dat met weinig woorden een maximum
aan inhoud aflevert.
Het is een droevig verhaal over het dagelijks leven dat Antje vertelt. Enig van
vormgeving. Een gans uniek leven verteld met beklijvende woorden, een verhaal
verteld door een zacht sprekende mond, waarbij fluweelzachte handbewegingen
horen, door iemand die het acteren in het bloed moet zitten.
Terwijl de tergende tonen van de ,trekzak’ van Rony Verbiest een adempauze
inlassen tussen de grote vraagtekens van het voortgebrachte vlijmscherpe
levensverhaal.
Dit is geen ,zomaar even eruit’ humor, dit is zeker niet toneel voor het hele
grote publiek maar eigenlijk bedoeld voor het kleine publiek dat nadenkt, rustig
zijn pint verder uitdrinkt en dan in stilte de tribune verlaat.
En dat voel je, nadat je anderhalf uur hebt geluisterd in grote bewondering naar
Antje De Boeck’s verhaal en Rony Verbiest’s muziekmomenten. Het gevoel van: deze
manier van vertellen ging even door mijn merg en door mijn been.
Zonder twijfel is ,voor herhaling vatbaar’ misschien wel een must voor sommigen
onder ons.
(Erik Lippens - schuunschgeiver)
KIES
▲index 2006▲
Bestaan kan iedereen.
Er zijn vraagt moed.
En wat de dichter doet
is pleiten voor het een.
Hij wil zijn leven niet
door wekkers laten leiden
of als een hond onthouden
dat hij kan slapen tot
het rinkelt naast zijn oor.
Hij bauwt niet na
wat hij soms uit
een mond hoort vallen
op tram acht, of met
een zwarte kwast over
een smoel geschreven ziet.
Zelf houdt hij niet
van vlekken maken,
maar als het bot moet
stelt hij dingen scherp
zodat het snijdt.
Hij woelt en spit graag,
graaft de scherven
uit de klei, haalt het beste
wat er is naar boven,
ook al weet hij dat er
daardoor naast zijn hart
een stem blijft jeuken,
maar ach zo gaat dat
als de dingen moeilijk
worden en je bereid bent
met een pen van krijt
of kool te schrijven.
Hij is het best geplaatst
om iets over de gum
te zeggen, omdat hij
als geen ander weet
hoe leeg het is als hij
het blad omslaat, hoe snel
de fout, maar ook hoe klein
en hoe verlamd
een hand van angst.
En daarom juist blijft hij
in potlood denken,
want dat is volgens hem
het wezen van er zijn.
Bart Moeyaert Copyright stadsgedicht Antwerpen 2006
8 oktober 2006
- ManManMan zkt Vrouw
▲index 2006▲
Ge moet mij excuseren, maar ik ben een verkoudheid aan het kweken.
‘t Was de 1e keer echt koud dit weekend en mijn verwarming deed het niet.
OK, ok, ze deed het wèl maar ik was ze ‘s nachts vergeten opladen, (en toegeven
dat iets je eigen schuld is –geef toe- dat is niet makkelijk). Ik zat dus door
mijn eigen dikke fout in de kou en was content lijk een kind dat ik me kon gaan
warmen bij De Vieze Gasten.
ManManMan deed de avond van de verkiezingen zijn ding. (Was het niet voor hen,
we zaten waarschijnlijk nog altijd voor het scherm gelukzakig te staren naar de
cijfers van het VB in Gent –halleluja, ik woon hier graag, danke verstandige
Gentenaars-)
Den Bart en de Walter ondertussen gingen op zoek naar een vrouw wow wow.
‘Zo eentje die alles slikt’ –de zaal had ook even nodig om deze te snappen, niet
erg dus als je nu ook niet direct mee was- dus, ‘als je je vond passen in dat
profiel mocht je je al ontdoen van alle textiel’.
Juist. De toon was gezet: de Hoge Mi;
en we zijn er eigenlijk niet meer van afgestapt, van die hoge mi.
Een avond vol dubbelzinnigheden.
ManManMan was op zoek naar ‘de warme snee tussen melkwitte dijen’ en de mannen
werden geslachtofferd, allemaal, stuk voor stuk, telkens weer.
Ten prooi aan de alomtegenwoordige, wellustige, verderfelijke vrouw.
De mijnwerker daalde af in haar Schacht en het werd zijn Graf.
De postbode gebruikte de verkeerde brievenbus.
De programmeur wierp zich op haar muis en werd gewist …
Van geboorte tot pensioen, van Saint-Tropez tot Roeselare en Berlijn, de schaduw
van de (vrouwelijke, ha) dood, het (vrouwelijke, haha) skelet dat zich te goed
deed aan de argeloze visser, de drijvende hoer, de druppel aan de kraan in de
Chinese keuken, de yohu yohu yohu yoghurt natuur en manken Elvis –mag het iets
meer zijn?- den beenhouwer.
En Marcel. Mijn god, ik zou Marcel nog vergeten . Marcel met zijn ‘flosj’ en het
Wentelwiel des Levens; om dan uiteindelijk Marcella –ik zèn van elastiek- te
worden.
Uit het leven gerukt.
Nen pas de deux, ne ménage à trois en ‘ne gast die aan een koordeke trekt en
ontploft in u gezicht’.
Ze zijn veelzijdig, den Bart en de Walter, de kleinen en de groten, de korten en
de langen. Ik hou van een iets subtielere vorm van humor maar ik vond ze
schattig, die 2; en daarom zijn hun vele schunnigheden hun vergeven -absolutio
pura- jawel. Ik bedoel maar, 2 mannen op blote voeten in pakjes gemaakt van
Belgische dweilen? Op een verkiezingsavond? Je moet al héél kritisch zijn om dat
niet goed te vinden.
De yoghurt vond ik te zuur, maar los daarvan een mooie voorstelling.
Perfecte balans tussen gitaar en contrabas, tussen tuba en accordeon, tussen
zang en parlez.
Speciale vermelding toch wel even voor de setting van dit al verterende,
vrouwelijke schouwtoneel, deze poel van verderf, dit duivelsspel in het
geborchte van de hel: een pràchtig décor, niet zozeer omdat het mooi mooi was
maar omdat het zo verrassend was.
Een installatie die door een simpele slingerbeweging op gang werd gebracht.
De mecaniek van het leven.
‘Als ge lang genoeg denkt dat ge’n kip zijt, kunt ge dan een ei leggen?’
Man man man, ik zou ‘t niet weten, maar petankt.
Als ge mij nu voor den tweede keer wilt excuseren, ik moet mijn verkoudheid in
de watten leggen.
Els Eeckhout (Schuunschgreifster)
zaterdag 28 oktober 2006
- PASSIEVE WERKDAG
▲index 2006▲
We hebben beslist de Cel Isolatie op te blazen; de keuze werd stilzwijgend,
edoch unaniem gemaakt: verder gaan met onze levens, in alle anonimiteit.
De druk te zwaar voor velen, de verantwoordelijkheid te groot voor enkelen …
Terug naar onze naamloze krochten, naar het diepste van ons wezen.
Een laatste keer heb we de wapens opgenomen, een laatste keer hebben we elkaar
diep in de ogen gekeken, zuchtend, wetende dat het einde nabij was.
Wetende dat er binnenkort geen spat isolatie, geen millimeter zweet, geen
fractie bloed nog zichtbaar zal zijn.
Een zwerm staartmezen trok voorbij, in de verte raasde een stofzuiger.
Het leven was goed zagen we; we hadden elkaar gevonden in deze wervelwind van
stof en orcon en tape. We zouden elkaar ook loslaten in deze zelfde storm,
mijmerend bij de dagboekverhalen.
De Cel Isolatie in 3 afleveringen.
Ofte ‘De Teloorgang van Troje’.
De werken zijn serieus gevorderd intussen, alles staat klaar om aan de beglazing
te beginnen. Muren en plafond zijn klaar om verder afgewerkt te worden.
Zoals in vorige dagboekfragment uitgelegd is het de bedoeling dat het gebouw zo
luchtdicht mogelijk wordt gemaakt om de ultieme test de ondergaan.
Geruchten gingen dat de test werd afgeblazen maar … enfin, om een lang verhaal
kort te maken: we zijn aan de afwerking begonnen omdat wij de finale ‘blowtest’
eigenlijk toch wel zien zitten. Aja.
-het hoeft niet gezegd dat de term ‘blowtest’ enige hilariteit veroorzaakte?-
De wapens deze keer waren: cuttermes –scherp. Pro clima tape –blauw.
Isolatiepapier –groen. Orcon isolerende lijm –klote lijm. Nietjesmachine –van
die grOte. Technische uitleg –van G., de Bezieler en véél geduld.
Waar we het vorige werkweekend nog konden plakken met de grove borstel, moest er
deze keer iets verfijnder te werk worden gegaan: alle ramen en deuren moesten
langs de binnenkant uitgewerkt worden, àlle mogelijke gaten, spleten, kieren
dichtgemaakt.
Stel je een raamopening voor die boven, onder, links en rechts moet bekleed
worden met isolerende folie én isolerende tape. OK? Als er dan van buiten uit
lucht wordt geblazen in de muur aan deze raamopening, dan mag er hiervan binnen
geen zuchtje te voelen zijn. Jullie zijn mee? Hmmm, ik ook niet goed eigenlijk …
G., de Bezieler kan dat allemaal zo schoon uitleggen.
Check de foto’s eens in het fotodagboek van oktober, misschien geven deze iets
meer duidelijkheid.
Op een paar heikele punten na hebben we de meeste openingen kunnen afwerken.
Hoewel er nog wel een zaterdag zal moeten opgeofferd worden, ongelooflijk
hoeveel tijd er kruipt in 1 vensterke.
Bij een volgende bouwproject van DVG kan er misschien vertrokken worden van een
ondergrondse bunker? Kwestie van dat gedoe met die ramen te vermijden niewaar.
‘t Gaat nog stuiven in de Brugse Poort.
De Cel Isolatie zag dat het goed was, heeft uiteindelijk de wapens neergelegd en
ervoor gekozen terug te keren naar haar nederige zelve.
Els Eeckhout (Schuunschgreifster)
Zondag 29 oktober 2006 -
Vrouwen zonder spiegel
▲index 2006▲
Ik heb het geluk om een weekje huisoppas te zijn in Gent. Het is warm herfstweer
buiten en ik heb zin om schone dingen te zien. Fiets op en weg, naar...
Rechts van de Brugse Poort ligt het instituut Dr. Guislain en daar loopt
momenteel de heel mooie tentoonstelling ‘Waanzin is vrouwelijk’.
Wie zichzelf niet kan spiegelen, bestaat niet. Daarom kom je ook heel weinig
zelfportretten tegen, want de enige spiegels die de vrouwen kunnen zien, zijn
ogen. Ogen vol verachting voor hun handelingen en uiterlijk. Van het zichzelf
mogen zijn blijft niet veel meer over, het laatste beetje aanwezigheid zijn
schrijfsels en tekeningen.
Het openingswerk is anoniem en getiteld ‘Ik ben het kind/de weduwe’ wat bijna
het hele leven van vrouwen die ruim een eeuw geleden in psychiatrische
instellingen verbleven, samenvat. Het waren hun vaders of echtgenoten die hen
vaak al heel jong lieten opnemen en velen werden pas als weduwe weer ontslagen
uit de instelling.
‘La folie au féminin’, heel ontroerend.
Je ziet lappen stof die uit razernij aan flarden zijn gescheurd en op die doeken
worden er dan heel fijne sterretjes en bloemetjes getekend met in de vier hoeken
geborduurde teksten die zo uit poëziealbums komen.
Een vrouw die haar emotionele aanvallen niet langer de baas kan schrijft
bladzijden vol en hanteert een eigen interpunctie: elk woord wordt met een
hoofdletter geschreven en door een puntje van het volgende afgescheiden.
Ik.Huil.Tranen.Met.Tuiten.Maar.Alles.Wordt.Ingeslikt.
Maria Puth tekent zichzelf in roze en grijs maar vermeldt dat ze zo nooit kan
worden want “mijn ziel is te onrustig sinds ik hier ben” en ze eindigt met de
woorden “ik geef me binnenkort gewonnen”.
‘Madness is female’, heel intiem.
Van haar ouders moest ze haar verloving onderbreken en ze werd verliefd op haar
arts. Een relatie met een haast dubbel zo oude schilderleraar loopt op de
klippen.
Kom, kom, kom, zonder jou wil ik bij jou zijn. Weet dat ik je zal beminnen. Ze
beeldde zich in dat ze een romantische relatie had met haar overbuurman en zat
nachten naar de andere kant van de straat te turen.
Bijna alles draait om hartpijn, om gevoelige mensen die heel intens leven.
Mensen gaan in tégen de onvrijheid, tégen de vooroordelen en tégen het gebrek
aan begrip in de samenleving dat hen kwelt. Kortom je stelt jezelf kwetsbaar op
met als gevolg: opsluiting...
Liefde, het mooiste gevoel wat er bestaat, kan je een heel leven in eenzaamheid
bezorgen.
Ik heb nog even nagemijmerd in de tuin van het instituut in gezelschap van mijn
geborduurde zakdoek met het snikgedichtje:
Veel honden hebben baasjes
Veel mannen wel een vrouw
Ik heb alleen maar niemand
Waar ik zoveel van hou
Marijke (een waanzinnige vrouw)
De tentoonstelling loopt nog tot 28 januari in het Museum Dr. Guislain in Gent.
|