Dagboek SEPTEMBER 2006          ▲index 2006▲

1, 2en 3 september 2006 -  De Cel Isolatie

“‘We maken Gent onafhankelijk van Vlaanderen’, begon er iemand. ‘Neen’, zei iemand anders ‘we moeten ambitieuzer zijn: onafhankelijk van België’ ‘En dit hier, het dakterras van de foyer wordt de lanceerbasis van onze raketten. Perfect gelegen. En S. wordt minister van defensie en M. minister van feestelijkheden’. Enthousiast gejoel bij de Celleden. ‘En Sp. en Ts. Zijn verantwoordelijk voor de explosieven’, smeet er een derde in het gesprek. ‘En we beginnen bij de kringloop, dàt wordt onze 1e veroveringsdaad!’ ‘We rijden het paard van Troje binnen in de kringloop!’
G. zijn ogen begonnen te blinken, glunderend: ‘Ja! De kast van Troje! En ze moeten hem zelf eerst komen ophalen. De kringloop op de knieën dankzij hun eigen systeem! We infiltreren onze troepen en overrompelen hen, luid roepend ‘lang leve het nieuwe, weg met het oude!’ Gewikkeld in gloednieuwe, Chinese plastiek.’ Gelukzalig gegrijns bij de Cel, we zagen het ons al doen, zuster A. tot overgave dwingend, ze moest en ze zou ‘weg met de kringloop’ kreten, samen met ons. Ze zou echter ten onder gaan met ‘langleve de kringloop’ op haar lippen en in de komende 50 jaar een martelares worden, hangend aan de schoorsteen in menig Vlaamse woonkamer …”

Hey, give us a break, het was tenslotte zondagochtend, en we zouden tenslotte aan onze 2e dag isolatie beginnen (voor sommigen onder ons de 3e (derde) dag).
Dus, get off of our backs!
Isolatie DOET wat met een mens hoor.

Het was een lang weekend, eerlijk gezegd. Of om het met de woorden van een vroegtijdig opgestapte vrijwilliger te zeggen: ‘G., ge weet da’k u altijd graag meehelp hè, maar isolatie steken, das niks voor mij jong. Maar ge moogt mij altijd bellen voor iets anders.’

Enfin, het plan was: vrijdagochtend beginnen van nul en zondagavond eindigen, klaar finito schluss af finished. En dat hebben we gehaald.
We hebben nu waarschijnlijk allemaal verhoogd risico op stoflong en jeuk voor de rest van de week en geïrriteerde ogen, In onze dromen doemt het spookbeeld op van het flitsende broodmes, de 4 14 14 4 regel achtervolgt ons, laat sporen na op onze trommelvlies, versplintert onze longen tot verteerbare stukjes vlees. We zien onszelf gereïncarneerd als schilpad in een volgend leven, ons eigen huis zeulend op de rug.
Maar: we hebben het gehaald!
Applaus voor onszelf.
Dank dank.

De afwezigen hadden ongelijk –hebben ze trouwens altijd- zij zullen in dit aardse leven verstoken blijven van een aantal wetenswaardigheden. Tips and tricks en de schone verhalen van Ka. en de 7e februari.

Zij weten niet hoe het voelt om plots het licht te zien uit gaan door het stof in je ogen.
Zij weten ook niet hoe het voelt om een zaag door 28 cm isolatie te halen.
Zij kennen niet het verschil tussen ‘ne kleine smallen’ en ‘nen dikken van 40’.
Zij weten niet hoe je je ‘Z’ moet zoeken en vinden (allas, wij ook nog niet, maar dat komt nog, dat gaat G. ons leren).
Zij kunnen niet getuigen dat 2 dafalgans van een papieren architect een stalen architect maken.
Ze zullen nooit weten dat de musical-western die Ku. ooit zal maken gegroeid, gewrocht, geboren is, daar, op de werf.
Zij weten niet dat P. perfect op tijd een afhaalmaaltijd op tafel kan toveren.
Zij weten niet dat O. intussen al kan stappen, een beetje.
En ze hebben de shopper van Sp. niet gezien.

Nu niet, nooit niet.

Heeft er iemand eigenlijk aan gedacht om P. te vragen wat hij met die 2e schotel Grieks ging doen?
Damn.

Els Eeckhout (Schuunschgreifster)

Volgend werkweekend: 22, 23 en 24 september!


7 september 2006 - A Tribute to Johnny Cash                           
▲index 2006▲

“Love is a burning thing
and it makes a firery ring
bound by wild desire
I fell in to a ring of fire...

I fell in to a burning ring of fire
I went down, down, down
and the flames went higher.
And it burns, burns, burns
the ring of fire
the ring of fire.

The taste of love is sweet
when hearts like ours meet
I fell for you like a child
oh, but the fire went wild..

I fell in to a burning ring of fire ...” etc

Dit waren de eerste klanken van het nieuwe seizoen ‘Bij de Vieze Gasten’.
Na een hete, natte zomer werd de nazomer ingezet met dit Goddelijke Lied.
Ik ben een fan moet je weten.

Beetje stroef eerst, de rookmachine ging een duet aan met het brandalarm, er was een eigenwijze monitor die zijn eigen solo zong en ook de verzamelde crème de la crème van de Belgische muziekscène had wat tijd nodig om op te warmen; maar eens die euvels verholpen waren en de boel was opgewarmd, was het kot te klein.

Even vertellen wie er de revue gepasseerd zijn?
Eat your heart out, here comes: Wigbert, Willy Willy, Raf Walschaerts, Patrick Riguelle, Kathleen Van denhaudt, Jan Houtekiet, Guy Swinnen, … en anderen wiens naam ik, exuseert mij, vergeten ben.

Ik had barstende hoofdpijn die avond, het soort hoofdpijn dat door je brein sneert zelfs als je je ogen nog maar beweegt en waar geen dafalgan tegen opgewassen is, zelfs geen 3. Een ‘state of being’ waar je eigenlijk zoveel mogelijk afstand wil hebben tussen jezelf en je omgeving. Maar ik zat gekneld, geprangd tussen 2 volumineuze dames (2 keer mijn omvang, op zijn minst), de linkse uitermate lomp (wat mij telkens centimeters deed opschuiven naar mijn andere buur), en de rechtse ongelooflijk sympathiek (speciaal 100 km gereden met het ganse gezin, puberdochters inbegrepen, om die avond te kunnen meemaken, -dat ontroerd mij, zo’n enthousiasme-).

Enfin, een set om U tegen te zeggen, 2 x 12 nummers, een doorloop van Johnny’s repertoire, ambiance verzekerd, een 2 uur durende orgie van ongelooflijk goeie muzikanten.
Hoogtepunten, absoluut, het 15-jarige talent (naam vergeten, tja) dat helemaal in zijn eentje een nummer bracht, zichzelf akoestisch begeleidend, met Raf op de mondharmonica –kippenvel- en ’Walk the Line’ en ‘Hurt’ van Nine Inch Nails, Wigbert’s talent en en en …
Dieptepunt ook met een zangeres (naam niet vergeten, maar niet belangrijk hier) wiens performance mij absoluut niet lag, maar goed, wijt het aan mijn ‘state of being’ die avond dat ik haar niet kon waarderen.

Schoon allemaal.
‘Ring of Fire’ werd gebist, yés, deze keer mét het onontbeerlijke trompet deuntje.
‘Tataratata tatataaaaa’ 2x
Aaargh, schoon.
(Voor de liefhebbers, ‘Ring of Fire’ is gecoverd ook door Eric Burdon & the Animals, een héél mooie versie ook, I-Tunes heeft ‘m in zijn collectie, check it out!)

Een waardige opener voor dit nieuwe seizoen.
Als dit niveau wordt aangehouden vrees ik dat Marcel nog vele avonden alleen gaat moeten doorbrengen, geduldig wachtend tot ik tussen de lakens kruip.
Life is full of music.

Els Eeckhout (Schuunschgreifster)

 

Zaterdag 23 september 2006    -    De plakploeg – deel 1                      ▲index 2006▲

pro clima …
… und die Dämmung ist perfekt.

En dat verzin ik niet, dat staat blauw op blauw op de rollen, meters, centimeters tape die door onze handen zijn gegaan. En zeg niet zomaar blauw tegen turqoise blauw, ah neen. Felblauw, helblauw, hemelsblauw ellenlange slierten het-maakt-niet-uit-wat-soort- blauw; tot we er scheel van zagen, tot we elkaar in de ogen keken, pro clima weerspiegeld zagen in onze pupilen, tot we grijnzend en spontaan ‘ein bischen Glue, ein bischen Tape und nog ein Nietjen und alles geht’ zingend ten onder gingen -als je de melodie van ‘ein bischen Frieden’ in je hoofd hebt, kan je volgende keer met ons mee zingen, maar dit geheel ter zijde-

Snijden, knippen, scheuren, plakken; pro clima tape biedt perspektieven, alles is mogelijk -ALLES is een groot woord, weet ik, maar de winkelhaak in mijn broek die ik er deze zomer mee heb dicht geplakt is, na 2 wasbeurten, nog steeds dichtgeplakt., ik wil maar zeggen … und die Dämmung ist perfekt -

Doel van dit plakweekend: alle mogelijke naden en gaten in de muren dichtplakken. De buitenwanden en plafonds kregen bovendien nog een extra isolerende laag plastiek mee waar opnieuw alle gaten en naden werden gedicht. Ladder op, ladder af, stelling op, stelling af, meten, snijden, passen, nieten en tot slot een perfekt doorlopende lijn groene lijm en een pro climatje om de boel af te werken. Simpel uitgelegd uiteraard.

Dé Grote Test, de ultieme controle die aan het licht gaat brengen of we ons werk goed hebben gedaan, komt later. Dan wordt er lucht onder een bepaalde druk door de constructie geblazen en mag er in principe –in principe- nergens, maar dan ook nergens ‘luchtverlies’ zijn. Uiteraard, zoals eerder gezegd: simpel uitgelegd.
Een zware verantwoordelijkheid voor ons, plakkers, pas na die vuurproef zullen we weten of we G. nog recht in de ogen kunnen kijken, of we G. nog recht in de ogen mogen kijken; pas dan zullen we weten of de Vieze Gasten geslaagd zijn in hun passieve opzet.

Maar zover zijn we nog niet, belange nog niet. We hebben nog wat respijt.
Het is tenslotte nog maar zaterdag, en de zon schijnt, en er zijn terrasjes te doen …

Els Eeckhout (Schuunschgreifster)


Zondag, 24 september 2006  - De plakploeg –deel 2                      
▲index 2006▲

Parlez moi calmement, s’il te plaît; parlez moi cal-me-ment, s’ il vous plaît!
Vous, pardon.

Dit zou normaal gezien geen zondag geweest zijn zoals al die andere zondagen. Geen gewone ordinaire zondag, geen zondag met pro clima aan mijn voeten en lijm aan mijn handen maar dé zondag zijn waarop ik, de schrijfster, Nick Cave, de zanger, life ging zien. Zou Moeten Geweest Zijn … er hangt iets te veel voorwaardelijks in deze verwoording …
Laten we het daarbij houden, Nick Cave, de zanger, komt vast nooit meer naar België, dit was een unieke kans, een unicum, een een een; maar goed, een mens mag niet te zwaar tillen aan dat soort dingen *zucht*

Enfin, die zondagochtend zat de voormalige cel isolatie te knipperen tegen het ochtendlicht. Dampende koppen koffie. G. de bezieler, M. de romanticus, Sp. de melkdrinker, Ku. de scenarist en ik, de schrijfster. Ko., de grote, en Es., de heilige veronica, waren nieuw en staarden ons niet begrijpend aan: ‘De wat? Vijand? Raketten? De kringloop? Hè?’
De onafhankelijke staat van de Vieze gasten deed het goed, meenden we, we vonden ter plekke nog een minister van financiën, Ru., de jonge.

Edoch, er was enige twijfel bij G., de bezieler ‘Zou het wel lukken met die kast van Troje?’ ‘Tuurlijk’, lachten wij, ‘Waarom zou het niet lukken? Desnoods proberen we meer dan 1 keer, en we doen de kast op slot. Sleutel langs de binnenkant uiteraard of we zijn voer voor de wormen. Dat kan toch niet mislukken?’ ‘Als Wim Delvoye er in slaagt om in China een varkensboerderij op te starten dan moet het ons toch lukken om een kringloopke op de knieën te krijgen?’ opperde M., de romanticus, zijn handen in de lucht gooiend. ‘En wij gaan zelfs geen tatoes zetten, enkel ons vel duur verkopen.’

Er viel een bedenkelijke stilte; de overlopende beerput zat ons niet lekker. ‘De garagepoort dichttrekken en doen alsof er niets aan de hand is, is niet meer voldoende’, zei M., de romanticus, ‘Er moet harde actie gevoerd worden deze keer, moeten we voor een overloop zorgen of sluizen we alles recht de riolering in?’
Ko. de grote, dacht dat dat wel kon, dat van die riolering, maar niemand die het echt wist. Lukte het? Lukte het niet?
G., de bezieler, trok zijn schouders op. Vertwijfeling: ‘Moeten we ons eigenlijk wel een doel stellen?’
Sp., de melkdrinker, schoof zijn bord spaghetti weg. Het lukte niet, niet deze keer, niet weer spaghetti toch?
Hier kon een verhaaltje van Pol en Pelle geen soelaas brengen, al werd Pol 10 keer koning, trop was te veel. Te veel was trop.

Het bord van Sp., de melkdrinker, werd in de koelkast gezet.
Vergeten, voer voor de wormen.
H., de veroveraar, trok de bergen over met zijn olifanten, wij trokken de stelling op met onze pro clima en onze desillusies.
Ik, de schrijfster, begreep nog altijd niet hoe D., de afvallige, het in zijn hoofd haalde om Mijn ticket voor Nick Cave, de zanger, door te verkopen.

pro clima …
… und die Dämmung ist perfekt.

Els Eeckhout (Schuunschgreifster)
 

▲index 2006▲