Dagboek APRIL 2007<
een "rare" vlucht...
3000 kilometer verder, Antalya, Turkije.

We waren met 13 landen bijeen, vertegenwoordigd door 24 jongeren die gezapig
kabaal maken en een intens cursusprogramma rond intercultureel leren doen.
Moe van een dag discussiëren over hoe we elkaar kunnen verstaan, over onze
stereotypen die we hebben, over de vooroordelen die we eraan koppelen, over het
pijnlijk feit dat wijzelf ook niet zo lief voor elkander kunnen zijn als we soms
zelf pretenderen, nemen we met een goeie Efes-pint, en zitten aan tafel met een
Est die zich meer Rus voelt, een rapper die geboren is in Irak, dan naar Syrie
getrokken is, om op zijn tocht in Zweden geland is, een Turks Belgische jonge
vrouw, en nog een stuk of 10 andere gasten, elk met hun eigen verhaal:
JAN:
Yasmine, ben jij nu een Belgische met Turkse roots, of een Turskse die zich goed
in België voelt?
YASMINE: Euh… ik voel me meer een Turkse!
JAN: Ja? Waaraan dan?
YASMINE: Euh… ‘k weet niet, dat zit in mijn roots
(en ze begint dit te staven met argumenten die de theorie over cultuur
volgen, die die morgen gegeven werd :-) )

... (een beetje
later)
YASMINE:
Weet je waarvoor ik nu goesting heb op mijn bord?
JAN: zeg’s
YASMINE: ne goeie klot mayonnaise!
JAN : euh… ik denk dat jij meer Belgische bent dan je zelf zegt, Yasmine…
(dat pikt een beetje...)
Droommeisjes, meisjesdromen
Diezelfde avond toont ze me een boek dat ze met de JAMCLUB-Jong vzw gemaakt
heeft. Het noemt “Droommeisjes, meisjesdromen”. Het is een boek waarin 7 Turkse
meisjes en één Belgisch meisje de poorten van hun ziel op een kiertje zetten om
ons een glimp te laten opvangen van hun intieme gedachten en wensen. Eén voet in
de Belgische cultuur, de andere in de Turkse wereld; zwevend tussen kind-zijn en
volwassenheid, madammen met hun beide voeten op de grond, maar het hoofd soms in
de wolken.
Het is een boek vol tegenstellingen, een confrontatie tussen werelden van
verschillen en gelijkenissen, dat ontroert, dan weer verbaast, dan weer doet
lachen…
In zo’n boek kan ik verdwalen, maar ondertussen is het al “internationale avond”,
een avond waarop iedereen zijn traditionele drank en eten deelt (die meestal
eindigt met een maagzuurgevoel van de mix van de zelfgestookte alcool van enkele
oost-europeanen). Geen tijd dus om me al lezend te laten verdwalen in het diepst
van mijn gedachten…
Vlucht

De week eindigt al snel, en vooraleer ik het besef, zit ik weer in het vliegtuig
richting Brussel.
Bye Antalya.
Het leek me ook eens een ervaring een cursus te geven in een 5-sterren hotel in
Turkije waaraan, op het niet-traditionele ingerichtte Turkse stoombad na, niet
zoveel Turks te bespeuren werd.
Ik neem weer even het boek boven dat ik via Yasmine te pakken kreeg, en al snel
ben ik aan enkele passages die – na een week werken rond intercultureel leren –
touché zijn:
“Wat wij nu leren en wat onze ouders, die hier ook opgegroeid zijn niet weten,
is hoe Belgen zijn. Zij hebben daar een voorstelling van, maar ze kennen jullie
niet echt. Zij zijn bang dat we gaan worden zoals jullie, en dan denken ze aan
dingen die niet mogen, aan discotheken, aan seks en drugs,…
Voor hen zijn alle Belgen een beetje hetzelfde, terwijl wij jullie beter hebben
leren kennen, en het verschil tussen Belgische mensen kennen.”
De jonge schrijftsters, met alter-ego’s “dancing Queen”, “CivCiv”, “Zeebeestje”,
“traantje”, “blue angel”, “freaky girl”, “negerinneke”, vorvolgen hun discours
met enkele spreuken die perceptie toetsen aan de interpretatie en oordeel.
Enkele ervan prikkelen…
“Het leven hier is een examen; op alles wat we hier doen, worden we
beoordeeld. Dat is iets waar we rekening mee moeten houden als we dingen doen,
als we leven en zo.”
“Geluk is
geen toestand om te bereiken, het is eerder een manier van reizen.”
“Als mijn
broer een lief heeft, is hij een held. Als ik een lief heb, ben ik een hoer.”
“Eenzaamheid, de vrijheid die je nodig hebt om van je jeugd te genieten”
“Als ik mijn dromen vernietig, vernietig ik dan mezelf?”
“Oost West Thuis Best. In het oosten ben ik een Turk, in het Westen een
Europeaan.”
“In elk hart schuilt een duivel.”
In dit soort boekjes kan ik me verliezen; het brengt een glimlach, maar
terzelfdertijd voel je dat we ook weer niet zo’n open volk zijn als we steeds
prentenderen…

Ik herinner me plots weer dat ik in een vliegtuig zit. Een chartervliegtuig dat
net voor deze vlucht van Benidorm gekomen is, en na deze vlucht staat Bodrum op
het programma.
Negentig procent van de passagiers zijn gepensioneerde koppels zijn, die er even
tussenuit gegaan zijn. Van de conversaties die ik hier en daar kan meevolgen,
vraag ik mij af of deze oudjes tijdens de 3 (of meer) weken vakantie die ze in
Turkije hebben doorgebracht, hun hotel een keer verlaten zouden hebben om
Turkije zelf ook eens te zien…
Ik zit in het vliegtuig op rij 16. Naast mij zit een gepensioneerde man en zijn
vrouw. Zij kijken wat rond in het vliegtuig.
Wanneer de hostess de noodprocedures uitlegt, fluistert de vrouw hem toe dat ze
nog nooit zoiets gezien heeft. “ik lach in mijn eigen” zegt ze met een
bloedserieus gezicht.
Achter mij zit een andere Vlaming, zijn vrouw zit aan de andere kant van de
middengang. Naast hem zit een Turkse man. Ik herken hem van bij de
paspoortcontrole in Turkije. Hij heeft een fez op – dat is zo’n hoedje dat ze
als Turkse stereotype op mijn taalgidsje hebben getekend, maar in Turkije zelf
had ik er niemand mee zien rondlopen. Zijn vrouw is bijna volledig gedekt met
een zwarte sluier.
Het herinnert mij aan de vragen die we aan de Turkse jongeren op cursus stelden
over hoe zij naar de naar België/Duitsland/Frankrijk geëemigreerde Turken kijken,
die veelal veel traditioneler door het leven gaan dan de mensen in Turkije zelf,
en hoe Yasmine, onze Turkse Vlaamse (of was het Vlaamse Turkse?) vertelde hoe
het voor haar de verhuis van Limburg naar de Gentse muide een cultuurschok was;
“zò conservatief dat de Gentse Turken waren…”.
Met een glimlach denk ik terug aan onze discussies over stereotiepen en
vooroordelen…
Mijn glimlach vergaat als ik naar de Vlaamse man kijkt. Hij zit met zijn rug
gekeerd naar de Turkse man. Zijn ogen tollen rond richting plafond. Wanneer hij
ziet dat ik hem aankijkt, keert hij zijn rug nog meer toe naar het Turks koppel,
hetgeen voor mij een duidelijk signaal is dat hij mij wil duidelijk maken dat
hij zijn buren niet erg leuk vindt.
Na een tijdje gaat het lampje van taking off & landing uit. Velen openen hun
veiligheidsgordel, en bewegen zich een beetje. Het is een chartervlucht, veel
minder plaats erin dan in standaard lijnvluchten, dus ik kan er wel wat inkomen
dat iedereen een beetje ruimte zoekt.
Twee rijen voor mij, in het midden, duwt een man zijn zetel een beetje naar
beneden om wat meer plaats te krijgen.
De man achter hem heeft wat minder plaats, en op zijn beurt wil die ook zijn
zetel wat naar beneden zetten. Mijn buurman, die erachter zit, schiet ineens
wakker, zet zijn handen op deze zetel, en probeert te verhinderen dat de man
zijn zetel achteroverhelt. Met zijn benen verzet hij weerwerk.
Voor ik het besef hoor ik hen roepen naar elkaar. Eigenlijk meer tieren. Eerst
met twee, dan met drie.
Ik ben totaal verrast. In nog geen vijf seconden hoor ik 3 gepensioneerde mannen
roepen en tieren en duwen aan elkaars stoelen.
Ik ben totaal gechoqueerd.
Over de non-communicatie.
Over het geweld dat zo snel opkomt.
Over de incompetentie bij deze heren – die zo’n levenservaring hebben – om wat
voor mij een normale manier van vragen en problemen signaleren is
Over het gevecht – excuseer me - voor een stoel die een beetje lager is gezet
Deze heren hebben waarschijnlijk zelf de oorlog van dichtbij meegemaakt, indien
niet zijzelf, alleszins hun broers, of ouders. En zij tieren en roepen voor een
stoel.
Ik weet niet hoe reageren. Het eerste wat in me opkomt, was een citaat dat ik in
de krant las, van een Antwerpse joodse dame van negentig die de tweede
wereldoorlog had meegemaakt, en daarin haar man, al haar broers en zussen, en
haar kinderen had verloren. Ze was niet rancuneus, niet bitter. Ze zei in het
interview: “om zoveel haat en onverdraagzaamheid te verslaan, is er heel veel
liefde en begrip nodig”.
Ik begin verder na te denken over waarmee ik een ganse week ben bezig geweest,
en het doet me pijn om te realiseren dat vele mensen van het land waarin ik woon,
vele mensen die het land door dik en dun verdedigd hebben, die reizen naar
andere culturen, op deze manier reageren op elkaar, en kaart voor zichzelf
trekken.
Is dit intolerantie? Is dit onwetendheid? Of moet ik echt toegeven dat – hoewel
we graag zeggen dat we een open en gastvrij land zijn – we zelfs vechten voor
een stoel…
Ik hoor een Antwerps accent, en ik denk spontaan aan de 20 tot 30% van de
Vlaamse volwassen bevolking die racistisch stemt.
Wanneer – enkele uren later – het vliegtuig is geland, stijgt de temperatuur in
de gepensioneerde vliegbus. Iedereen wil eruit, zo rap mogelijk, en liefst
allemaal tegelijkertijd.
Ik merk bij mijn buurman de spanning stijgen. Hij maakt me duidelijk dat hij zo
snel mogelijk op wil staan, zijn handbagage uit het rek nemen, en zich tussen de
anderen te wringen.
De deuren van het vliegtuig waren echter nog niet open, en ik vertel hem dat het
minstens nog 10 minuten zal duren eer we kunnen uitstappen. Mijn buurman
reageert direct, en zegt: “jamaar, we moeten zeker zijn dat die van achter ons,
nie voor ons kunnen steken, hé…”
Dit was alles dat ik kon verdragen. Ik neem mijn MP3-speler om me af te zonderen
van deze mensen. Ik kan niet meer verdragen. Trop is teveel.
Ik denk bij mezelf: deze mensen hebben al geleerd om een vliegtuig te nemen,
maar ze hebben nog niet geleerd te reizen.
Wanneer ik enige tijd later wacht op mijn bagage, komen de Turkse man (met de
fez) en zijn vrouw naast me staan. We wisselen een glimlach uit.
De vlaamse oudjes in mijn vliegtuig hebben nooit geleerd uit de verschillen die
we hebben, denk ik. Ze hebben nooit geleerd om de dingen vanuit verschillende
perspectieven te bekijken. Zij hebben zoveel intolerantie gezien in hun leven,
maar ze hebben niet geleerd hoe ze ermee moeten omgaan. Zij hebben nooit gehoord
inclusie, van intercultureel leren, van Europees Burgersschap, van participatie.
Met een gevoel van geluk omdat het mij wél ingepeperd is, neem ik mijn koffer,
neem de trein, en wacht mijn (Servische) vriendinnetje me thuis op te wachten
met goeie soep…
Jan
en heu...
Fijne feesten, maak er een warme dagen van, he ;-) !
Zondag, 15 april 2007
Ik zat met een tekst in mijn hoofd.
De zomer (lente nog steeds in deze periode van het jaar, maar daar trekt de zon
zich geen zak van aan), de terrasjes, de bloesems, de lachende mensen, de merel
op het dak, de schijtende meeuwen, de stinkende uitlaatgassen, de klote crèmekar
met zijn hartverscheurend deuntje, de zon die mijn veel te tere vel verschroeid
...
Romantiek tout court quoi.
Maar, een bescheiden klopje op mijn voordeur onderbrak die gedachtestroom.
Mijn buurvrouw van om de hoek; zelfde gebouw, maar om de hoek. Wat ons meer
maakt dan zomaar buren weetjewel?
Of ik het meisje was dat haar een paar maand geleden had gezegd aan te kloppen
als het weer te gortig werd met het vuil voor onze deur?
Erm, neen, neen dat was ik niet.
Had ik niet toen die brief op de zoveelste lading vuil die hier achteloos op de
hoek werd gedumpt, achtergelaten.
Flatline, had ik dat? Neen, euh neen zeker niet.
Brief die titelde ‘we zullen het vuil eens voor Jullie deur zetten, kijken wat
Jullie dan gaan doen’?
Ja zeg, neen.
Het had een brief van mijn hand kunnen geweest zijn, maar met het sluikstorten
heb ik het al lang opgegeven. Het haalt uiteindelijk toch niets uit.
De frustratie, de onmacht en de absolute radeloosheid van mijn buurvrouw was/is
zo groot dat ik het niet uit mijn hoofd krijg.
Ivago begrijpt haar, en laat de hoek altijd zo snel mogelijk opkuisen. Keer op
keer op keer op keer.
De politie belooft haar ook er iets aan te doen, maar de persoon aan de telefoon
vertelde haar vlakaf in deze buurt nooit te wensen wonen.
Hè? De politie, je vriend en altijd bereid een mens een hart onder te riem te
steken.
En dat er ratten gesignaliseerd zijn in de Beukelaerstraat, ook.
Zeer bemoedigend, een cursus sociale vaardigheid zou geen overbodige luxe zijn
is een gedachte die spontaan bij me op komt als ik dergelijke onzin hoor.
Buurvrouw wuift mijn sarcasme lachend weg.
Maar het is erg deze keer;
anders ook, maar nu zit er al dagen een brandende zon op de etensresten die daar
liggen te rotten. Wat dikke vette vliegen aantrekt. Die zwarte wriemelende
zoemende vieze creaturen die in alles wat eetbaar is -of was- eitjes leggen en
die zich razendsnel voortplanten. De maden kruipen je tegemoet op het trottoir.
Buurvrouw kan haar ramen niet meer openzetten of ze kan vliegen vangen.
Zakken die niet volledig vol zijn worden in het holst van de nacht opengemaakt
en netjes opgevuld door de omwonenden. Tot ze proppens vol en niet meer dicht te
maken zijn. Laat staan te tillen.
Halfvolle dichte zak buur volle open zak vliegen eitjes maden trottoir vliegen
halfvolle dichte zak buur volle open zak vliegen eitjes maden trottoir vliegen
vlieg *pets*
Een onderzoek, vorige week bekend gemaakt, wijst op het feit dat een Belg
jaarlijks gemiddeld 5 kg zwerfvuil achterlaat.
Wauw, 5 kg? Das véél.
Gooi mijn 5 kg –en de 5 kg van het handvol vrienden die ik de vraag voorlegde of
zij hun afval her en der verspreiden- maar op de hoop van de andere Belgen; los
van de occasionele zakdoek of kasticket die een eigen leven gaan leiden omdat ik
mijn zakken uitkeer op zoek naar mijn sleutels, gaat er bij mij -en bij hen-
niets op de grond.
Hoe doen ze zo’n onderzoeken vraag ik me dan af? Hoe meten ze zo iets?
Zit de microgolfoven die hier gedumpt wordt ook in die 5 kg? Die achtergelaten
fiets? Het keukenafval? Het zijn dingen die je niet zomaar de straat op gooit
zou je zo denken, toch?
Wel, think again, hier wel.
Het overkomt me wel eens dat ik de onverlaat die het aandurft zijn vuil te
dumpen aanspreek, maar alleen maar als de persoon in kwestie niet al te veel
groter en bredere is dan mezelve. Ik ben al voor minder verrot gescholden.
Buurvrouw is het kotse beu, ze denkt er aan te verhuizen.
Ze kan er niet meer tegen.
Met dank aan de medemens.
Romantiek my ass.
Els Eeckhout, Schuunschgreifster
zaterdag 21 april 2007 - DE KLEINE AVONDEN
Raar, op de een of andere manier dacht ik dat ik vanavond naar ‘de stille
avonden’ ging kijken, enfin luisteren. Vraag me niet waarom, een brein is een
brein is een brein.
De Kleine Avonden dus.
Zijn sinds januari op tournee door de CC vanVlaanderen, de Culturele Centra,
volgende week de laatste voorstelling.
Zwaar gesponsord, oa door een groot koekjesmerk; niet door de F**c of door de
Me**arkt, hoewel daar tijdens de voorstelling toch wel enige hilariteit rond
ontstond, vooral toen Mira haar publiek, wij dus, verwees naar de Me**arkt om
haar CD te kopen en vooral niet naar de F**c omdat die daar véél duurder is.
Bleek er toch wel iemand van de F**c in de zaal te zitten, ha.
Hilarisch, en het is gans de show op een subtiele manier blijven meespelen.
Maar goed, een avond met Nederlandstalige muziek.
Mira met een Antwerps accent, Hermitage met euh, geen accent en Aardvark, in ’t
Sleids.
Verrassend en ronduit goed, subliem.
Alle 3 even ontroerend, alle 3 even hartverwarmend, alle 3 even spontaan, alle 3
even humoristisch maar evengoed alle 3 compléét verschillend.
Mira, (hé, jij bent gewoon de zus van Liesbeth, cool!) zang en piano.
Liedjes uit de buik, maar ook uit de kont. En vooral zeer herkenbaar, voor mij
alleszins. Ik heb enkel maar flarden van haar teksten onthouden maar ze waren
buitengewoon en sappig. Antwaarps niewaur? Uit het leven gegrepen.
Check hier, ‘Voil Weecees’: http://www.mira-online.be
-gratis download.
Iemand die hier niet vrolijk van wordt, heeft een probleem.
Hermitage.
Niet simpel dacht ik om na zo’n schone fleure je ding te doen.
Niet simpel om die betovering te doorbreken, laat staan te evenaren
We gingen van een kraakheldere meisjesstem naar een iet of wat omfloerst
mannentimbre. En ’t zat niet echt goed met dat 1e nummer.
Maar. Maar.
Gelukkig is er die ‘maar’. Die gasten zijn echt wel goed, ik zeg het nog maar
eens. Eens op dreef, eens de stem warm en soepel kon het niet meer op.
‘ge kunt de maan zien, ge kunt de maan zien, broers en zussen ga naar buiten, ge
kunt de maan zien; en z’is nog nooit zo schoon geweest’
Ik ben een ‘maan-mens’, misschien is het daarom zo blijven hangen?
En hun cover, ‘I hope I don’t fall in love with you’? Je moet al veel lef hebben
om Tom Waits te coveren, Hermitage heeft dat lef.
Aardvark
Vorige week in ’t Sportpaleis met Eddy Wally in A., en op StuBru met Peter Van
De Veire in B. Ik bedoel maar, ‘goe bezig’.
Ze gaan ook al een eind terug die 2, Michel en Werner, ik heb ze al een paar
keer aan het werk gezien en het blijft me verbazen met welk enthousiasme en
frisheid ze hun nummers brengen.
In ’t Sleids, dus ik begreep niet altijd alles, excuseert mij.
Mensen van Sleidinge zijn blijkbaar nogal hecht ‘als ge van ons zijt, zijt ge
van ons; als ge weg zijt, zijt ge weg en zijt ge nimmer van ons’
En de Bob Marley cover die gene cover is ‘Wijveken ge moet nie bleiten’?
Man man
Kortom, ik heb mij g’amuseerd. Ik heb genoten van elke noot, van elke klank, van
elk woord dat gesproken werd. Want, dat moet je hen ook meegeven: straffe
bindteksten, alle 3.
De avond was grOOts.
Volgende week wordt de tournee dus afgesloten, in Beerse.
Jammer voor jullie want het is niet met bovenstaande muzikanten, nà.
Els Eeckhout, Schuunschgreifster
Noot: de tribune hè, die is niet altijd even comfortabel als je er een aantal
uur zit.
L., nu 1 april voorbij is en de planken blijkbaar toch niet omgedraaid moeten
worden, is de tijd misschien rijp voor leunigskes? Dat moet niet veel zijn hoor
...
|